De erbarmelijke toestand

Afbeeldingsresultaat voor site:ilocate.nl

Aan het eind van de vorige eeuw werd duidelijk dat er maatregelen moesten worden getroffen tegen de erbarmelijke toestand waarin vele mensen woonden. Vooral in de grote steden waren er na 1870 in kantoor huren assen snel tempo wijken gebouwd van slechte kwaliteit. Men woonde er dicht op elkaar, in kleine slechte woningen. Grote gezinnen woonden veelal in één kamer waar werd gekookt, geslapen en soms huisarbeid werd verricht. De woningen waren vochtig en donker, en hadden geen voorzieningen. De gezondheid van de mensen had erg te lijden. Het begon duidelijk te worden dat er wat aan gedaan moest worden. In september 1899 werd daarom door de minister van Binnenlandse Zaken Goeman Borgesius het wetsontwerp voor de Woningwet (Wonw) ingediend. In 1901 werd het kantoor huren lelystad wetsontwerp aanvaard; de wet trad op 1 augustus 1902 in werking.
De Woningwet 1901 regelde vier onderwerpen: 1 Bestaande bouw. Er werden voorschriften gegeven die tot doel hadden verkrotting te voorkomen en die het mogelijk maakten om de bestaande woningen te verbeteren. 2 Nieuwbouw. De gemeenten moesten een zogenoemde bouwverordening vaststellen waarin regels werden gesteld waaraan nieuwbouw moest voldoen. 3 De plaats waar gebouwd mocht worden. De gemeenten moesten een uitbreidingsplan maken; dat gedeelte betrof dus de ruimtelijke ordening. 4 Geld voor woningbouw. De wet bood de kantoor huren zaandam mogelijkheid om met overheidssubsidies instellingen, meestal woningbouwverenigingen, te stimuleren woningen te bouwen.
In 1965 is het onderdeel ruimtelijke ordening uit de Woningwet gehaald en heeft een eigen regeling gekregen in de Wet op de Ruimtelijke Ordening, de voorganger van de huidige Wet ruimtelijke ordening. De regels in de Woningwet zijn gemoderniseerd maar hebben nog steeds betrekking op bestaande bouw, nieuwbouw en kantoor huren ede op subsidiëring van woningbouw. In dit hoofdstuk komen de regels voor de bestaande bouw en voor bestaande situaties aan de orde. Doel van deze regels is dat: bestaande bouwwerken aan technische en welstandseisen eisen voldoen en terreinen in goede staat zijn; het gebruik van bestaande bouwwerken en terreinen aan de eisen voldoet; en er op de juiste wijze wordt gesloopt.

Rechtsbijstand en andere deskundige bijstand

Afbeeldingsresultaat voor site:ilocate.nl

Twee procent van het inkomen is voor inkomensderving forfaitair voor eigen rekening. De rechter zal invulling geven aan dit criterium. Als de bestemming van gronden wijzigt of de regels van een bestemmingsplan die betrekking hebben op de onroerende zaak, geldt geen forfaitair eigen kantoor huren assen risicobedrag ten aanzien van de waardedaling. Voor waardedalingen van een eigen onroerende zaak ten gevolge van de wijziging van een bestemmingsplan, geldt dus alleen het criterium ‘normaal maatschappelijk risico’. Voor waardedalingen ten gevolge van wijzigingen van het bestemmingsplan die niet betrekking hebben op de eigen onroerende zaak, geldt het eigen risico van twee procent.
Indien burgemeester en wethouders planschadevergoeding verlenen, vergoeden ze ook (art. 6.5 Wro): a de redelijkerwijs kantoor huren lelystad gemaakte kosten van rechtsbijstand en andere deskundige bijstand; b de wettelijke rente, te rekenen met ingang van de datum van ontvangst van de aanvraag.
Bij a moet het zowel gaan om de redelijkheid van het inschakelen van een deskundige als om de redelijkheid van de kosten van de deskundige. Vergoeding van de schade vindt plaats in geld of op andere kantoor huren zaandam wijze, bijvoorbeeld door het beschikbaar stellen van een ander stuk grond, met name als de belanghebbende zich daarmee in een minnelijke overeenkomst expliciet akkoord heeft verklaard.
Voorzienbaarheid en schade voorkomen of beperken Met betrekking tot de voor tegemoetkoming in aanmerking komende schade betrekken (art. 6.3 Wro) burgemeester en wethouders bij hun beslissing op kantoor huren ede de aanvraag in ieder geval: a de voorzienbaarheid van de schadeoorzaak; b de mogelijkheden van de aanvrager om de schade te voorkomen of te beperken

Procedure buitenplanse ontheffing

Afbeeldingsresultaat voor site:ilocate.nl

Procedure buitenplanse ontheffing Het verlenen van een ontheffing is een bevoegdheid en geen plicht. Burgemeester en wethouders mogen dus een ontheffing weigeren, maar zullen zich altijd moeten afvragen of het te dienen ruimtelijkeordeningsdoel geen onevenredig nadelige gevolgen kantoor huren assen heeft voor de belanghebbende (art. 3:4 lid 2 Awb). Bij een aanvraag ontheffing – vaak in de vorm van een aanvraag bouwvergunning – moet dus eerst besloten worden of de ontheffing geweigerd moet worden of de procedure in gang moet worden gezet voor de mogelijke verlening. De te volgen procedure is dan de uniforme openbare voorbereidingsprocedure van afdeling 3.4 Awb (art. 3.24 lid 3 Wro). Burgemeester en wethouders beslissen binnen vier weken: of weigeren ontheffing of volgen procedure. In afwijking van art. 3:18 Awb beslissen burgemeester en wethouders kantoor huren lelystad ook als er zienswijzen zijn ingediend binnen vier weken na afloop van de termijn van terinzageligging. Volgens art. 46 lid 3 Wonw wordt een aanvraag om bouwvergunning die slechts kan worden ingewilligd na ontheffing of na het nemen van een projectbesluit, geacht mede een verzoek in te houden om zodanige ontheffing of zodanig projectbesluit. Bij samenloop van een aanvraag om bouwvergunning met een verzoek om een buitenplanse ontheffing wordt ook de beslissing over de aanvraag om bouwvergunning voorbereid volgens afdeling 3.4 Awb.
4.2.5 Inpassingsplannen van kantoor huren zaandam provincie en Rijk en projectbesluiten Bij de Wro hebben ook provincie en Rijk de mogelijkheid gekregen bestemmingsplannen vast te stellen. Evenals de gemeente kunnen provincie en Rijk voorafgaand aan een bestemmingsplan een projectbesluit vaststellen ter verwezenlijking van een project. Zij hebben deze bevoegdheden voor zover het gaat om provinciale of nationale belangen. Deze belangen moeten hun plaats kantoor huren ede krijgen te midden van de gemeentelijke belangen en krijgen daar hun inpassing. De Wro noemt deze bestemmingsplannen van provincie en Rijk inpassingsplannen.

Wet ruimtelijke ordening

Afbeeldingsresultaat voor site:ilocate.nl

Van het nieuwe bestemmingsplan afwijkende bouwwerken mogen dus (uitzondering lid 1 onder a) gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd, mits daardoor de afwijking van het plan niet naar aard en omvang wordt vergroot. Voorkomen moet immers worden dat verder afgeweken wordt van het nieuwe bestemmingsplan, zowel ten aanzien van de aard als de maten van de kantoor huren assen verbouwing. Als voorbeelden kunnen worden genoemd de recreatiewoning die voor permanente bewoning geschikt wordt gemaakt, en de horecaonderneming die haar cafeetje omvormt tot disco. De situatie wordt niet bevroren maar aangepast beheerd. Een algehele vernieuwing is dus niet mogelijk, ook niet gefaseerd. Als tweede uitzondering op het afwijkingsverbod wordt in lid 1 onder b het geval genoemd van een calamiteit, ten gevolge waarvan een bouwwerk teniet is gegaan.
In geval van volledig tenietgaan bestaat het recht op volledige nieuwbouw, inclusief verandering. Vernieuwing kantoor huren lelystad of verandering bij gedeeltelijke beschadiging is mogelijk met toepassing van het bepaalde onder a. Het is bekend dat juist bij calamiteiten de feiten soms wat somberder worden voorgesteld dan ze zijn. De feiten kunnen slechts door het verrichten van goed onderzoek worden achterhaald. Dat vergt dus enige inspanning, maar het past binnen de aard van het overgangsrecht om ook bij calamiteiten kritisch te bezien in hoeverre de vernieuwingsbehoefte werkelijk in verband staat met de calamiteit. Voor het geval onder b (het volledig tenietgaan) is de eis opgenomen dat de aanvraag van kantoor huren zaandam de bouwvergunning of de melding wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk teniet is gegaan. Hiermee wordt voorkomen dat gedurende langere tijd onzeker blijft of de oude situatie zal worden hersteld. Daarvoor bestaat in gevallen van calamiteit geen goede reden.
In lid 2 van de standaardbepaling is voorzien in een regeling waardoor het mogelijk wordt gemaakt bouwwerken die in strijd zijn met het geldende bestemmingsplan en onder het overgangsrecht zijn gebracht, nog in beperkte mate uit te breiden. Zolang deze bouwwerken nog in stand worden gehouden, dienen ze aan de daaraan te stellen eisen te blijven kantoor huren ede beantwoorden.
Lid 2 bevat een ontheffingsbevoegdheid voor burgemeester en wethouders. Het gaat om een eenmalige ontheffing van de beperkte bouwmogelijkheden zoals in lid 1 voorzien. De ontheffingsbevoegdheid van burgemeester en wethouders in het bestemmingsplan is beperkt tot een maximum van 10%. In de aanhef van art. 3.2.1 Bro staat dat in het bestemmingsplan het percentage (10%) lager kan worden vastgesteld. De standaardbepaling kan dus in voorkomend geval worden aangescherpt. Bij bijvoorbeeld monumentale gebouwen of gebouwen in een landschappelijk kwetsbare omgeving zal het meestal gewenst zijn geen vergrotingsmogelijkheid op te nemen.

Het college van burgemeester

Afbeeldingsresultaat voor site:ilocate.nl

Bevoegdheid tot het verrichten van privaatrechtelijke rechtshandelingen De bevoegdheid tot het verrichten van publiekrechtelijke rechtshandelingen moet altijd zijn terug te voeren op een wettelijke grondslag. De overheid ontleent de bevoegdheid tot het verrichten van privaatrechtelijke handelingen of kantoor huren assen het verrichten van feitelijke handelingen aan het eigendomsrecht of aan het beginsel van contractvrijheid. Publiekrechtelijke bevoegdheden worden altijd uitgeoefend door bestuursorganen van een publiekrechtelijke rechtspersoon. Privaatrechtelijke bevoegdheden worden altijd uitgeoefend door de rechtspersoon zelf.
• Voorbeeld Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente verleent een bouwvergunning. De gemeente zelf kantoor huren lelystad verkoopt de grond waarop een woning wordt gebouwd.
Rechtmatigheid van de rechtshandeling Voor de beoordeling van publiekrechtelijke rechtshandelingen gelden de normen van het geschreven recht en de beginselen van behoorlijk bestuur.
Privaatrechtelijke normen gelden niet voor de beoordeling van publiekrechtelijke rechtshandelingen. Voor de beoordeling van privaatrechtelijke rechtshandelingen ligt dit anders. Hiervoor gelden zowel de privaatrechtelijke normen als de normen van de algemene beginselen van behoorlijk bestuur. Dit is vastgelegd in art. 3:1 Awb: op andere handelingen van bestuursorganen dan besluiten zijn de afdelingen 3.2 t/m 3.5 van overeenkomstige toepassing, voor kantoor huren zaandam zover de aard van de handelingen zich daartegen niet verzet. Dit houdt met name in dat de beginselen van behoorlijk bestuur onverkort gelden voor privaatrechtelijke handelingen van de overheid.
•Voorbeeld In het Icon-arrest oordeelde de Hoge Raad als volgt: een overheidslichaam behoort bij het uitoefenen van zijn bevoegdheden uit een erfpachtsverhouding de algemene beginselen van behoorlijk bestuur (en dus ook het gelijkheidsbeginsel) in acht te nemen. Voor zover het middel kantoor huren ede betoogt dat het gelijkheidsbeginsel hier slechts aan de orde zou kunnen komen in het kader van de toepassing van een aan de overheid meer ruimte latende redelijkheidsmaatstaf en daarom hier een zwakkere werking dan in het bestuursrecht zou hebben, gaat het uit van een onjuiste rechtsopvatting. (HR 27 maart 1987, nr. 12.807)

Een bestuursorgaan

Afbeeldingsresultaat voor site:ilocate.nl

Voordat een bestuursorgaan op het bezwaar beslist, stelt het belanghebbenden in de gelegenheid te worden gehoord, aldus art. 7:2 Awb. Aan deze hoorverplichting kan volgens art. 7:5 Awb op verschillende manieren worden voldaan. Het horen kan plaatsvinden door: het gehele bestuursorgaan kantoor huren assen of de voorzitter of een lid daarvan; een persoon die niet bij de voorbereiding van het bestreden besluit betrokken is geweest; meer dan één persoon van wie de meerderheid niet bij de voorbereiding van het besluit betrokken is geweest; of een commissie (art. 7:13 Awb).
Dit horen van belanghebbenden is verplicht, behalve wanneer volgens art. 7:3 Awb: a het bezwaar kennelijk niet ontvankelijk is, bijvoorbeeld: het bezwaar is zonder aanwijsbare redenen ruim na afloop van de bezwaartermijn ingediend; b het bezwaar kennelijk ongegrond is, bijvoorbeeld: de aangevoerde bezwaren hebben niets met het bestreden besluit te maken; c de belanghebbenden hebben verklaard geen gebruik te willen maken van het recht om te worden kantoor huren lelystad gehoord; d aan het bezwaar volledig wordt tegemoetgekomen en andere belanghebbenden daardoor niet in hun belangen kunnen worden geschaad.
Het bestuursorgaan dient binnen zes weken (en als een commissie in de zin van art. 7:13 Awb is benoemd binnen kantoor huren zaandam tien weken) na ontvangst van het bezwaarschrift te beslissen. Deze termijn kan met vier weken worden verlengd. Verder uitstel is mogelijk voor zover de indiener van het bezwaarschrift daarmee instemt en andere belanghebbenden niet in hun belangen worden geschaad (art. 7:10 Awb).
3.3.4 Administratief beroep Indien er een mogelijkheid van administratief beroep bestaat, is deze altijd in een kantoor huren ede bijzondere wet opgenomen. Administratief beroep is dus niet in de Awb terug te vinden. Wel bevat de Awb enkele algemene voorschriften die gelden bij administratief beroep, met name in art. 7:16 t/m 7:28.

Een bestuursorgaan

Afbeeldingsresultaat voor site:ilocate.nl

Een toezegging die in strijd met de wet is, hoeft niet te worden nagekomen, tenzij in bijzondere gevallen een schijn van bevoegdheid wordt gewekt. Als een bestuursorgaan zich consequent op een bepaalde manier gedraagt doordat het een reeks van verwante beslissingen neemt, of als flexplek huren rotterdam het bestuursorgaan door het publiceren van een beleidsregel bekendmaakt dat het zich op een vaste manier zal gedragen, kunnen burgers daaraan terecht verwachtingen ontlenen.
•Voorbeeld Burgemeester en wethouders weigerden bestuursdwang toe te passen ten aanzien van het gebruik voor opslag en sloopwerkzaamheden op gronden met de bestemming woonwagencentrum. Burgemeester en wethouders waren van mening dat deze activiteiten niet in strijd waren met de planvoorschriften, maar inherent waren aan een gebruik als woonwagenterrein. De planvoorschriften gaven een omschrijving van wat als verboden gebruik werd beschouwd; het gebruik voor opslag viel daaronder. De sloopwerkzaamheden waren flexplek huren zwolle voorts in strijd met het algemene gebruiksverbod. Ook voor het geval slechts een kleinschalige opslag aanwezig was en niet meer dan incidentele sloopwerkzaamheden werden uitgevoerd, was dit gebruik in strijd met de planvoorschriften. De omstandigheid dat bij woonwagenterreinen dikwijls sloopactiviteiten plaatsvonden, maakten deze activiteiten niet inherent aan de toegestane bijzondere woonfunctie. De weigering van politiedwang ging duidelijk in tegen jegens onder meer appellanten opgewekte verwachtingen. Gelet op de gedane toezeggingen hadden de bewoners van de flexplek huren amsterdam naburige bebouwing er rechtens op mogen vertrouwen dat op het woonwagenterrein geen hinderlijke opslag- en sloopactiviteiten zouden plaatsvinden. Volgde vernietiging van het besluit. (ARRvS 15 september 1987, nr. R03.85.3005, BR 1988, blz. 189)
Gelijkheidsbeginsel Gelijke gevallen moeten gelijk worden behandeld. Dit beginsel ligt ten grondslag aan het discriminatieverbod zoals neergelegd in art. 1 Gw. In het bestuursrecht moet degene die een beroep doet op het beginsel, aangeven welke gelijke gevallen hij op het oog heeft om aan te tonen dat hij anders behandeld is. Dat valt vaak moeilijk aan te tonen. Bovendien zijn flexplek huren arnhem veel gevallen niet gelijk. Het gelijkheidsbeginsel staat een beleidswijziging niet in de weg. En een foute beslissing (er wordt bijvoorbeeld ongemotiveerd van een beleidslijn afgeweken) hoeft in een volgend geval niet te worden herhaald.

Verordeningen

Afbeeldingsresultaat voor site:ilocate.nl

Een verordening is een Europese wet, dat wil zeggen: een algemeen voorschrift dat eenieder in de gehele EU die daaronder valt, bindt. Bij verordening kunnen derhalve aan de lidstaten en aan de burgers verplichtingen worden opgelegd en rechten worden toegekend. Verordeningen van de EU zijn: direct toepasbaar op degene waarvoor ze zijn gegeven; · van hogere flexplek huren rotterdam orde dan het nationale recht.
Art. 249 EG-Verdrag omschrijft een verordening aldus:
‘Een verordening heeft een algemene strekking. Zij is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.’
Hieraan is te zien dat de EU een supranationale organisatie is. Richtlijnen Een Europese richtlijn is, evenals een verordening, bindend voor de lidstaten, maar heeft in de lidstaten geen rechtstreekse werking. De lidstaten zijn verplicht om de richtlijnen om te zetten in nationale wetgeving. Wijziging flexplek huren zwolle van de nationale wetgeving is na aanpassing aan de richtlijn niet meer toegestaan. De bedoeling van richtlijnen is om de nationale wetgeving van de lidstaten met elkaar te laten harmoniëren.
Beschikkingen Het rechtskarakter van EU-beschikkingen is te vergelijken met beschikkingen van de eigen nationale overheidsorganen. In de volgende hoofdstukken van dit boek wordt hier dieper op ingegaan. Beschikkingen van de EU kunnen zijn gericht tot de burgers of tot de lidstaten. Belastende beschikkingen leggen aan de burgers of aan de lidstaten verplichtingen op. Begunstigende beschikkingen kennen aan de burgers of aan de lidstaten rechten flexplek huren amsterdam toe.
Conflicten Wanneer een burger een conflict heeft met een andere burger of met de overheid over de toepassing van Europese regelgeving, dan kan hij zich direct tot een nationale rechter wenden. Stelt de nationale rechter vast dat er een conflict is tussen een regel van Europees recht en een nationale rechtsregel, dan laat hij deze laatste buiten beschouwing.
Soms is het voor een nationale rechter niet duidelijk hoe een Europese rechtsregel geïnterpreteerd moet flexplek huren arnhem worden. In dat geval kan hij de zaak schorsen en aan het Hof van Justitie de vraag voorleggen hoe de Europese regel voor het concrete geval moet worden geïnterpreteerd (de zogenoemde prejudiciële vraag, art. 234 EG-Verdrag).

Lagere rechtsgemeenschappen

Afbeeldingsresultaat voor site:ilocate.nl

Provinciale Staten Provinciale Staten vertegenwoordigen de hele bevolking van de provincie (art. 7 Provw). Provinciale Staten bestaan uit minstens 39 leden en maximaal 83 leden, afhankelijk van het aantal inwoners van de provincie. De zittingsduur van Provinciale Staten is flexplek huren rotterdam vier jaar. Voor het lidmaatschap van Provinciale Staten is vereist dat men Nederlander is, ingezetene van de provincie, 18 jaar en niet uitgesloten van het kiesrecht (art. 10 Provw). Provinciale Staten zijn bevoegd om bij verordening algemene regels te geven, waarmee andere organen van de provincie rekening dienen te houden (art. 145 Provw). Op grond van art. 49 Provw kunnen Provinciale Staten aan een gedeputeerde ontslag verlenen indien deze niet meer het vertrouwen heeft van Provinciale Staten. Deze bepaling komt overeen met de regeling in de Gemeentewet, waarin is flexplek huren zwolle bepaald dat de gemeenteraad aan wethouders ontslag kan verlenen bij gebrek aan vertrouwen.
Voor een lid van Provinciale Staten gelden onder meer de volgende onverenigbare betrekkingen (art. 13 Provw): minister; staatssecretaris; lid van de Raad van State; gedeputeerde; lid van de Algemene Rekenkamer; ambtenaar, door of vanwege het provinciaal bestuur aangesteld of daaraan ondergeschikt.
Een lid van Provinciale Staten mag een aantal handelingen niet verrichten, zoals (art. 15 Provw): in geschillen optreden als advocaat, procureur of adviseur voor de provincie of het provinciaal bestuur dan wel ten behoeve van de wederpartij van de provincie of het provinciaal bestuur; in geschillen flexplek huren amsterdam optreden als gemachtigde voor de provincie of het provinciaal bestuur; optreden als vertegenwoordiger of adviseur voor derden tot het aangaan van overeenkomsten met de provincie; het rechtstreeks of middellijk aangaan van een overeenkomst betreffende: – het aannemen van werk voor de provincie; – het buiten dienstbetrekking tegen beloning verrichten van werkzaamheden voor de provincie; – het doen van leveranties aan de provincie; – het verhuren van roerende zaken aan de provincie; – het verwerven van betwiste vorderingen ten laste van de provincie; – het van de flexplek huren arnhem provincie onderhands verwerven van onroerende zaken of beperkte rechten waaraan deze zijn onderworpen; – het onderhands huren of pachten van de provincie.
Gedeputeerde Staten De leden van Gedeputeerde Staten worden door en uit Provinciale Staten gekozen. Het aantal leden bedraagt minstens drie en hoogstens negen, dit ter beoordeling van Provinciale Staten. Samen met de Commissaris van de Koningin vormen de gedeputeerden het college van Gedeputeerde Staten (art. 34 Provw).

Organen van de Nederlandse staat

Afbeeldingsresultaat voor site:ilocate.nl

Ongeschreven recht Ook het ongeschreven recht vormt een belangrijke bron van ons staatsrecht. De ongeschreven staatsrechtelijke gewoonteregels zijn niet zo talrijk.
• Voorbeeld Voor de verhouding tussen de regering en de Staten-Generaal geldt de volgende ongeschreven flexplek huren rotterdam rechtsregel: de bekleding door bepaalde personen van het ministersambt behoort onder meer afhankelijk te zijn van de vraag of van hen gebleken is of met grote waarschijnlijkheid mag worden aangenomen, dat zij het vertrouwen bezitten van de meerderheid van de Tweede Kamer. Het is een ongeschreven regel die altijd wordt nageleefd. 2.1 .6 Nederlandse staat Van een Nederlandse eenheidsstaat is pas sinds het einde van de 18de eeuw sprake. Voordien bestond de Republiek der Verenigde Nederlanden uit een aantal zeer zelfstandige gewesten, die slechts op bepaalde gebieden samenwerkten (confederale staat, statenbond). De belangrijkste geschreven flexplek huren zwolle wet voor het Nederlandse staatsrecht is de Grondwet. De eerste Grondwet dateert van 1814; deze werd al in 1815 door een nieuwe vervangen in verband met de samenvoeging met België. De laatste Grondwetswijziging dateert van 3 juni 1987. In de Grondwet staan onder meer bepalingen over de staatsvorm, de samenstelling en werkwijze van de verschillende staatsorganen en de grondrechten van de burgers ten opzichte van de staat. Op al deze zaken wordt in de volgende paragrafen dieper ingegaan.
De regeringsvorm van Nederland kan worden gekenschetst als een constitutionele monarchie met een parlementair stelsel: een monarchie gebaseerd op de Grondwet. In het Nederlandse staatsrecht is in grote lijnen een driedeling van de staatsmacht doorgevoerd. De wetgevende, de uitvoerende en rechtsprekende bevoegdheden zijn over verschillende organen verdeeld.
De organen die het gezag flexplek huren amsterdam uitoefenen in Nederland zijn: de Koning; de ministers; de staatssecretarissen; de Raad van State; de Staten-Generaal; de Algemene Rekenkamer; de rechterlijke macht.
2.2.1 Koning Nederland is een monarchie. Dit wil zeggen dat aan het hoofd van de Nederlandse staatsbestel een Koning staat. Het koningschap is erfelijk bepaald. Art. 24 Gw zegt hierover dat het koningschap erfelijk wordt vervuld door de wettige opvolgers van Koning Willem 1. De functie van de Koning in onze democratie is vooral van symbolische aard. Dat was bepaald nog niet het geval bij het tot stand komen van de Grondwet. Waar oorspronkelijk in de Grondwet over de Koning werd gesproken, werd de Koning in persoon bedoeld: degene die de volledige zeggenschap toekwam over staatsaangelegenheden. Er waren weliswaar ministers, maar de flexplek huren arnhem Koning kon deze benoemen en ontslaan naar eigen goeddunken. In deze vrij absolute macht van de Koning is verandering gekomen, in de eerste plaats toen in 1840 in de Grondwet een strafrechtelijke verantwoordelijkheid voor de ministers werd ingevoerd. Na een aantal conflicten tussen Koning en ministers volgde in 1848 opname in de Grondwet van een politieke verantwoordelijkheid voor de ministers. Art. 53 van de Grondwet bepaalde in 1848: ‘De Koning is onschendbaar; de ministers zijn verantwoordelijk.’