De Wet bodembescherming (WBB)

Afbeeldingsresultaat voor site:ilocate.nl

Wet bodembescherming De Wet bodembescherming (WBB) moet het mogelijk maken dat er een directe bescherming van de kwaliteit van de bodem plaats kan vinden, alsmede een beter ecologisch beheer. Het voorkomen van bodemvervuiling en de sanering van bestaande vervuilingen zijn de kantoorruimte huren rotterdam hoofdzaak van de wet. Sanering door de veroorzaker van bodemverontreiniging (en dus niet door de overheid) is het uitgangspunt.
Hier komen aan de orde de AMvB’s over gebruik en bescherming van de bodem, en de verplichting tot bodemsanering.
Algemene maatregelen van bestuur De wet is de basis voor een groot aantal AMvB’s die regels stellen over gebruik en kantoorruimte huren zwolle bescherming van de bodem voor de volgende onderwerpen: 1 brengen van stoffen op of in de bodem om die daar te laten, zoals: het ter bewaring opslaan van aangegeven stoffen; afvalstoffen; uitstromen van verontreinigd water of slib; begraven van stoffelijke resten of het verspreiden van crematie-as; 2 toevoegen van stoffen om de kwaliteit of structuur van de bodem te verbeteren, zoals: · stoffen om de kantoorruimte huren amsterdam draagkracht te verbeteren van de bodem; en · mest; 3 uitvoeren van werken op of in de bodem waarbij ingrepen worden verricht of stoffen worden gebruikt die de bodem kunnen verontreinigen, zoals: grond- en funderingswerken; bodemonderzoek; de aanleg van leidingen; het aanbrengen van opslagtanks of reservoirs; ontginningen, ontgrondingen of ontgravingen; diepe grondbewerking; werken in kantoorruimte huren arnhem het kader van ontwatering, bronnering of grondwaterwinning; 4 transporteren van stoffen die de bodem kunnen verontreinigen of aantasten, zoals: het transporteren met behulp van leidingen; · het verrichten van overslaghandelingen; · het transporteren met behulp van voertuigen;

Awb-procedure

Afbeeldingsresultaat voor site:ilocate.nl

Op de voorbereiding van het besluit op de aanvraag emissievergunning is de afdeling 3.4 Awb-procedure van toepassing. De vergunning wordt geweigerd indien het monitoringsprotocol niet voldoet aan de eisen die daaraan bij of krachtens hoofdstuk 16 Wm zijn gesteld dan wel kantoorruimte huren rotterdam indien door verlening anderszins strijd zou ontstaan met regels die met betrekking tot de inrichting gelden, gesteld bij of krachtens hoofdstuk 16, of indien het bestuur van de emissieautoriteit van oordeel is dat onvoldoende is gewaarborgd dat de houder van de vergunning in staat is het monitoringsprotocol naar behoren uit te voeren. De ministers van VROM en EZ stellen voor emissies van broeikasgassen gezamenlijk een plan (het nationale toewijzingsplan) vast waarin voornemens zijn opgenomen met betrekking tot de toewijzing van broeikasgasemissierechten (art. 16.23 lid 1 Wm). Op de voorbereiding van het nationale toewijzingsplan is kantoorruimte huren zwolle afdeling 3.4 Awb van toepassing (art. 16.26 lid 1 Wm). De Commissie van de EU moet met het plan instemmen (art. 16.27 Wm). Het plan bevat een lijst van alle inrichtingen waarvoor de ministers voornemens zijn op grond van art. 16.29 lid 1 Wm broeikasgasemissierechten toe te wijzen, onder vermelding van het aantal broeikasgasemissierechten dat zij voornemens zijn toe te wijzen voor elke afzonderlijke inrichting (art. 16.25 lid 1 Wm). In een nationaal toewijzingsbesluit op basis van art. 16.29 lid 1 Wm worden de broeikasgasemissierechten voor afzonderlijke inrichtingen toegewezen. Bij het kantoorruimte huren amsterdam nemen van het nationale toewijzingsbesluit nemen de ministers het geldende nationale toewijzingsplan in acht (art. 16.29 lid 2 Wm). Op de voorbereiding van het nationale toewijzingsbesluit is afdeling 3.4 Awb van toepassing (art. 16.30 lid 1 Wm). Degene die een inrichting drijft, levert met betrekking tot ieder kalenderjaar voor 1 mei van het daarop volgende kalenderjaar ten minste een aantal kantoorruimte huren arnhem broeikasgasemissierechten in, dat overeenkomt met de hoeveelheid van de emissie, die de inrichting in dat kalenderjaar heeft veroorzaakt (art. 16.37 lid 1 Wm). De regeling van de mogelijkheden van overdracht van broeikasgasemissierechten en de registratie daarvan staat in de afdelingen 16.2.4 en 16.2.5 Wm.

Voorschriften over verpakking

Afbeeldingsresultaat voor site:ilocate.nl

Paragraaf 9.2.3 Wm bevat onder meer voorschriften over verpakking. Zo bepaalt art. 9 .2.3.1 dat degene die een stof of preparaat aan een ander ter beschikking stelt of in Nederland invoert, behorende tot bepaalde catego
9.6 Stoffen en producten 381
rieën, er zorg voor draagt kantoor huren rotterdam dat die stof of dat preparaat bij de aflevering en bij het ter aflevering voorhanden hebben is verpakt en op de verpakking op een bepaalde manier is aangeduid. In lid 2 staan de categorieën: ontplofbaar, oxiderend, zeer licht ontvlambaar, licht ontvlambaar, ontvlambaar, zeer vergiftig, vergiftig, schadelijk, bijtend, irriterend, sensibiliserend, kankerverwekkend, mutageen, voor de voortplanting vergiftig en milieugevaarlijk.
Het opnemen van Titel 9.4 (De EG-richtlijn kantoor huren zwolle ecologisch ontwerp energieverbruikende producten) van de Wm is de implementatie in de Nederlandse regelgeving van Richtlijn 2005/32/EG van het Europees Parlement die een kader tot stand wil brengen voor het vaststellen van eisen inzake (het ecologisch ontwerp voor) energieverbruikende producten. Deze titel biedt de grondslag voor een AMvB met uitvoeringsmaatregelen. Met de richtlijn wordt beoogd om een hoog milieubeschermingsniveau te kantoor huren amsterdam verwezenlijken door het potentiële milieueffect voor energieverbruikende producten te verminderen. Door de energie-efficiëntie van producten te verhogen wordt ernaar gestreefd de zekerheid van energievoorziening te vergroten en bij te dragen aan duurzame ontwikkeling. De richtlijn voorziet daartoe in de vaststelling van voorschriften waaraan energieverbruikende producten die onder de kantoor huren arnhem uitvoeringsmaatregelen vallen, moeten voldoen om op de markt te kunnen worden gebracht of in gebruik te kunnen worden genomen.

Een hoog niveau van bescherming

Afbeeldingsresultaat voor site:ilocate.nl

In het belang van het bereiken van een hoog niveau van bescherming van het milieu worden aan de kantoor huren rotterdam vergunning de voorschriften verbonden, die nodig zijn om de nadelige gevolgen die de inrichting voor het milieu kan veroorzaken, te voorkomen of, indien dat niet mogelijk is, zo veel mogelijk – bij voorkeur bij de bron -te beperken en ongedaan te kantoor huren zwolle maken. Daarbij wordt ervan uitgegaan dat in de inrichting ten minste de voor de inrichting in aanmerking komende beste beschikbare technieken worden toegepast (art. 8.11lid 3 Wm). Uitgangspunt is derhalve toepassing van de best beschikbare technieken (BBT). In haar uitspraken stelt de Afdeling bestuursrechtspraak dat bij de toepassing van art. 8.10 en 8.11 Wm aan het vergunningverlenend kantoor huren amsterdam bestuursorgaan een zekere beoordelingsvrijheid toekomt, die haar begrenzing onder meer vindt in hetgeen uit de meest recente algemeen aanvaarde milieutechnische inzichten voortvloeit.
Het is van belang de kantoor huren arnhem voorschriften zodanig precies te formuleren dat de noodzakelijke milieubeschermende maatregelen ook werkelijk voor het bedrijf gelden en gehandhaafd kunnen worden en dat essentiële elementen tot de aanvraag en daarmee ook tot de vergunning behoren.

Milieueffectrapportage

Afbeeldingsresultaat voor site:ilocate.nl

Daarom is op grond van de EU-richtlijn van 27 juni 2001 ook voor plannen een MER-plicht in het leven geroepen. De milieubeoordeling voor plannen staat bekend als strategische milieubeoordeling (SMB). Plannen die een kader vormen voor een MER-plichtig besluit – dus niet de plannen die alleen gericht zijn op een activiteit op één bepaalde plaats of maar één uitgangspunt kantoor huren rotterdam hebben – zijn MER-plichtig gemaakt waardoor de milieueffecten van de voorgenomen activiteit en van de alternatieve activiteiten op verschillende plaatsen of vanuit verschillende uitgangspunten moeten worden onderzocht. Niet alle denkbare alternatieven hoeven te worden onderzocht. Indien het MER betrekking heeft op een plan moet (art. 7.10 lid 1 onder b Wm) in het MER de voorgenomen activiteit worden beschreven, alsmede de alternatieve activiteiten daarvoor, die redelijkerwijs in beschouwing dienen te worden genomen, en de motivering van de keuze voor de in kantoor huren zwolle beschouwing genomen alternatieven.
De plan-MER plicht bestaat in twee gevallen 1 voor de plannen die in het Besluit MER staan vermeld en 2 voor de plannen waarin een activiteit is opgenomen waarvoor een passende beoordeling moet worden kantoor huren amsterdam gemaakt op grond van de Natuurbeschermingswet 1998.
Ad 1 Plan-MER plicht voor plannen in het Besluit MER Volgens art. 7.2 lid 2 Wm wordt een plan als MER-plichtig bij een AMvB slechts aangewezen indien het plan het kader vormt voor een MER-plichtig besluit. Een plan vormt in elk geval het kader voor zo’n besluit indien in dat plan: a een locatie of kantoor huren arnhem een tracé wordt aangewezen voor de MER-plichtige activiteiten, of b een of meerdere locaties of tracés voor die activiteiten worden overwogen.

Afstemming met andere plannen

Afbeeldingsresultaat voor site:ilocate.nl

Afstemming met andere plannen
Voor het milieu zijn ook andere beslissingen van belang, zoals de structuurvisie (op grond van de Wro), het provinciale verkeers- en vervoersplan (vast te stellen door het provinciaal bestuur op grond van de Planwet Verkeer en Vervoer) en het waterhuishoudingsplan (op grond van de Wet op de waterhuishouding). In het milieubeleidsplan geven Provinciale Staten aan (art. 4.9 lid 5 Wm) in winkel huren rotterdam hoeverre het voorgenomen beleid is afgestemd op, dan wel leidt tot aanpassing van het provinciale waterhuishoudingsbeleid, · het provinciale ruimtelijk beleid of · het provinciale verkeers-en vervoerbeleid en in hoeverre en binnen welke termijn zij voornemens zijn het geldende provinciale plan voor de waterhuishouding, een of meer geldende structuurvisies of het geldende provinciale verkeers- en vervoerplan te herzien.
Een vergelijkbare verplichting winkel huren zwolle geldt ook voor de vaststelling van het provinciale waterhuishoudingsplan en het verkeers- en vervoersplan. Afstemming is niet voorgeschreven voor de vaststelling van de structuurvisie, een beleidsmatig stuk dat de wetgever zo veel mogelijk vrij heeft willen houden van opdrachten of beperkingen. Aldus wordt het provinciebestuur gestimuleerd om te komen tot integraal beleid: men moet rekenschap geven van de winkel huren amsterdam gevolgen voor andere aspecten.
Op nationaal niveau worden op dezelfde manier het milieubeleid, het nationale waterhuishoudingsbeleid en het nationale natuurbeleid gecoördineerd. Met het geldende nationale milieubeleidsplan wordt tevens rekening gehouden bij de vaststelling van beleid op andere beleidsterreinen, voor winkel huren arnhem zover daarbij het belang van de bescherming van het milieu wordt geraakt (art. 4.3 lid 4 Wm).

De rechthebbenden

Afbeeldingsresultaat voor site:ilocate.nl

De rechthebbenden kunnen slechts op twee gronden vernietiging van de beslissing van de minister vragen: op grond van het feit dat ten onrechte niet tot onteigening is overgegaan, of op grond van het feit dat het gebruik van het goed meer wordt beperkt dan voor het werk nodig is. Vernietiging op winkel huren rotterdam een van deze gronden kan worden gevraagd bij het gerechtshof binnen één maand na de beslissing van de minister. Geschillen over de bij het opleggen van de gedoogplicht toegekende schadevergoeding staan ter kennisneming aan de kantonrechter, volgens de normale regels van het burgerlijke procesrecht.
Een plicht te gedogen dat een werk winkel huren zwolle wordt veranderd of verplaatst, kan volgens een soortgelijke als de hiervoor behandelde procedure worden opgelegd. Verplaatsing van een werk op verzoek van de rechthebbende zelf is in beginsel ook mogelijk, maar deze zal doorgaans dan zelf de kosten moeten dragen.
8.11 Ontgrondingenwet
Achtereenvolgens komen winkel huren amsterdam aan de orde het doel en de instrumenten van de Ontgrondingenwet, en de relatie met andere wetten.
8.11.1 Doel van de wet
De Ontgrondingenwet heeft tot doel de verzekering van een doelmatige belangenafweging van de verschillende bij ontgrondingen betrokken belangen. Onder ontgronden verstaat de wet het door afgraven, baggeren en dergelijke, aanmerkelijk verlagen van het bodempeil ten behoeve van winkel huren arnhem de winning van zand, grind en andere delfstoffen. Normale werkzaamheden voor de land- en tuinbouw vallen dus niet onder dit begrip.

Andere onteigeningen

Afbeeldingsresultaat voor site:ilocate.nl

Andere onteigeningen Naast de onteigening op basis van Titel IV, komt de onteigening op basis van Titel IIa, ten behoeve van wegen en dergelijke, vaak voor. De bestuurlijke procedure verloopt als volgt: 1 De Kroon besluit tot onteigening nadat zij de Raad van State heeft gehoord (art. 72a OW). Het besluit bevat het onteigeningsplan en een precieze beschrijving van de te onteigenen zaak: de grootte van de te onteigenen grond, de namen van de eigenaar(s) en de winkel huren rotterdam kadastrale aanduidingen (art. 63 OW).
8.5 Onteigeningswet 315
2 Gedeputeerde Staten wordt verzocht een commissie uit hun midden te benoemen om een advies over het onteigeningsplan op te stellen. 3 De commissie past daartoe de uniforme openbare voorbereidingsprocedure toe uit afdeling 3.4 Awb. 4 De commissie brengt binnen zes weken na de benoeming, nadat de stukken ter inzage hebben gelegen en een hoorzitting is gehouden, winkel huren zwolle advies uit. Ze voegt daarbij het verslag van de hoorzitting(en) en haar mening over de ingebrachte zienswijzen. 5 Binnen zes maanden – een fatale termijn – nadat de commissie met haar werk gereed is, besluit de Kroon over de onteigening, de Raad van State gehoord.
Onteigening op basis van Titel IIa kan plaatsvinden als er geen bestemmingsplan is vastgesteld waarin de aan te leggen weg is bestemd. Onteigeningen op basis van de Titels II (dijken en dergelijke), IIb (drinkwatervoorziening), Ik (oppervlaktedelfstoffen) en VII (landinrichting) vinden op winkel huren amsterdam (vrijwel) gelijke wijze plaats als de besproken onteigening voor wegen en dergelijke op basis van Titel IIa. De onteigening van Titel III (in geval van buitengewone omstandigheden) kan geschieden op last van de hoogste burgerlijke of militaire overheid indien onmiddellijke inbezitneming noodzakelijk wordt geacht. De onteigening van octrooien van uitvinding vindt plaats bij wet (art. 97 OW). Dit kan bijvoorbeeld als men vindt dat uitsluitend de Staat het octrooirecht moet hebben, voor militaire doeleinden. Ook is winkel huren arnhem een dergelijke onteigening mogelijk als het algemeen nut vordert dat iedereen in de gelegenheid wordt gesteld de uitvinding toe te passen.

Leefmilieuverordening en stadsvernieuwingsplan

Afbeeldingsresultaat voor site:ilocate.nl

Zolang de modernisering of vervanging niet heeft plaatsgevonden, wordt het gebruik daarvan geacht af te wijken van het plan (art. 32 lid 2 WSDV). Voor deze bepaling is een onteigeningsmogelijkheid in de wet opgenomen. Hierdoor wordt de uitvoering van het plan wat winkel huren rotterdam vergemakkelijkt. Art. 35 WSDV bepaalt dat de in het stadsvernieuwingsplan opgenomen grond waarvan het gebruik afwijkt, geacht wordt te zijn aangewezen krachtens art. 13 lid 1 WRO. Daardoor wordt het dus mogelijk om de onteigening versneld te laten plaatsvinden. Bij het stadsvernieuwingsplan moet een uitvoeringsschema worden gevoegd, dat onder andere aangeeft (art. 33 WSDV):
300 8 Overige wetten voor winkel huren zwolle ruimtelijke ordening en volkshuisvesting
de volgorde van uitvoering; het tijdstip waarop het plan of onderdelen ervan moeten zijn voltooid; de geraamde kosten, opbrengsten en de dekking van eventuele tekorten; de wijze waarop inspraak plaatsvindt.
Evenals het bestemmingsplan kan het stadsvernieuwingsplan globaal zijn, waarbij de uitwerking aan burgemeester winkel huren amsterdam en wethouders is opgedragen. Het aantal gemeenten dat stadsvernieuwingsplannen maakt, blijkt schaars te zijn.
Tabel 8.1 geeft de verschillen tussen de leefmilieuverordening en het stadsvernieuwingsplan schematisch weer.
Tabel 8.1 Leefmilieuverordening en stadsvernieuwingsplan
Geeft geen onteigeningstitel Is niet op uitvoering maar op bescherming gericht Geeft verbodsbepalingen voor bepaalde activiteiten (bouwen, slopen) Voorschriften hebben betrekking op het grondgebied waarvoor de verordening geldt
Stadsvernieuwingsplan
Geeft wel onteigeningstitel Is op uitvoering gericht
Geeft bestemmingen aan gronden binnen het plangebied Voorschriften hebben betrekking op bestemmingen die in het plan zijn gegeven
8.1.3 Relatie met andere winkel huren arnhem wetgeving De WSDV heeft raakvlakken met de Wet voorkeursrecht gemeenten, de WRO en de Woningwet.
Wet voorkeursrecht gemeenten Het toepassingsbereik van de Wet voorkeursrecht gemeenten (WVGem) strekt zich uit tot de gebieden waarvoor een stadsvernieuwingsplan geldt als bedoeld in de WSDV. Bij de bespreking van de Wet voorkeursrecht gemeenten (par. 8.9) zal hierop worden ingegaan.

Een instandhoudingstermijn

Afbeeldingsresultaat voor site:ilocate.nl

Een vergunning met een instandhoudingstermijn -een tijdelijke vergunning op grond van art. 45 Wonw -kan bovendien worden ingetrokken, indien de voorschriften omtrent het onderhoud en het gebruik niet worden nageleefd (art. 59 lid 2 Wonw).
Art. 6.21 Wro voegt nog een intrekkingsgrond toe in geval de exploitatiebijdrage niet wordt betaald. Burgemeester en winkel huren rotterdam wethouders kunnen terstond na het overschrijden van de termijn van betaling van een gedeelte of het geheel van de exploitatiebijdrage besluiten dat het bouwen niet kan aanvangen of moet worden gestaakt totdat aan de betalingsverplichtingen is voldaan. Indien niet binnen drie maanden na dit besluit de betaling is ontvangen, kunnen burgemeester en wethouders de bouwvergunning geheel of gedeeltelijk intrekken.
Er is geen procedure voorgeschreven voor het intrekkingsbesluit van de bouwvergunning. Art. 59 lid 5 zegt dat op de winkel huren zwolle voorbereiding van een intrekking van een bouwvergunning afdeling 3.4 Awb niet van toepassing is. Dat wil zeggen dat het volgen van die procedure wel mag, maar niet verplicht is.
6.8 Fasering bouwvergunning, openbaar register, intrekken bouwvergunning 281
Indien een wet zwijgt over de benodigde procedure ten aanzien van wijzigings- en intrekkingsbesluiten, geldt dat de procedurevoorschriften die gelden voor het oorspronkelijke besluit ook gelden voor de intrekking of wijziging daarvan. Het ligt daarom voor de hand dat, indien de bouwvergunning tot stand is gekomen met toepassing van afdeling 3.4 Awb (zoals op grond van art. 46 lid 5 of 50 lid 5 Wonw), voor de intrekking in die gevallen wel de afdeling 3.4 Awb-procedure wordt gevolgd.
Zienswijzen moeten winkel huren amsterdam worden ingewonnen op grond van art. 4:8 Awb:
‘1 Voordat een bestuursorgaan een beschikking geeft waartegen een belanghebbende die de beschikking niet heeft aangevraagd naar verwachting bedenkingen zal hebben, stelt het die belanghebbende in de gelegenheid zijn zienswijze naar voren te brengen indien: a de beschikking zou steunen op gegevens over feiten en belangen die de belanghebbende betreffen, en b die gegevens niet door de belanghebbende zelf ter zake zijn verstrekt. ( … )’
Een gedeeltelijke intrekking zal winkel huren arnhem betrekking moeten hebben op een te onderscheiden deel van het bouwwerk waardoor het resterende deel nog gerealiseerd kan worden.
Van de bij a genoemde onjuiste of onvolledige opgave is ook sprake als een aanvrager anders handelt dan hij bij zijn aanvraag bouwvergunning opgeeft. Een voorbeeld.