Beleidsbeslissingen en doelstellingen

Gerelateerde afbeelding

Beleidsbeslissingen en doelstellingen
Beleidsbeslissingen inzake productassortiment, doelgroepen, groeirichting, vestigingsplaats, ondernemingsvorm, bedrijfsgrootte (inclusief personele en financiƫle facetten), investeren in en aantrekken van productiemiddelen, ruimtelijke indeling, en eventuele samenwerking met andere bedrijven worden door de eigenaar-leider of door de benoemde directie genomen. Bij het voorbereiden van deze beslissingen kan men zich in een volgroeid bedrijf laten kantoorruimte huren rotterdam bijstaan door stafspecialisten uit het bedrijf zelf of door externe deskundigen. Door uitspraken te doen en door deze vast te leggen in bedrijfsdoelstellingen wordt een antwoord gegeven op vragen als: Streven we groei na, hoeveel en in welke richting willen we groeien7 Leggen we ons via specialisatie toe op een bepaald product, op een bepaalde doelgroep of op een bepaald geografisch marktgebied7 Zoeken we het in lage prijzen of in superieure kwaliteit7 Blijven we klein en zelfstandig werken of zoeken we naar een vorm van samenwerking 7
Deze uitspraken vormen de basis kantoorruimte huren zwolle voor het te voeren bedrijfsbeleid. In volgroeide bedrijven worden deze uitspraken veelal expliciet gemaakt en ook formeel vastgelegd in de ondernestrategisch plan mingsdoelstellingen en uitgewerkt in een strategisch plan, zoals bedoeld in hoofdstuk 4. In kleine bedrijven zijn doelstellingen veelal impliciet aanwezig; ze zitten bij wijze van spreken in het hoofd van de eigenaar-ondernemer-leider. Doelstellingen zijn dan veeleer herkenbaar in de daden: de bedrijfsactiviteiten zijn qua richting en omvang dan niet in woorden vastgelegd in formele bedrijfsdocumenten. Maar ook in het kleine en middelgrote bedrijf dient bijvoorbeeld ter verkrijging van bedrijfskrediet of bij financiering van uitbreidingsinvesteringen, een beleidsplan op tafel te komen. Ook kantoorruimte huren amsterdam commissarissen in de ‘kleine’ niet-structuurvennootschappen ‘dwingen’ door het (blijven) stellen van hun vragen de directie tot het maken van een beleidsplan, uitgewerkt in plannen op middellange termijn en budgetten.
Zoals in hoofdstuk 1, 3 en 4 gesteld, is het de taak van de leiding er steeds opnieuw voor te zorgen dat de relaties met het ‘buitengebeuren’, in de externe omgeving, en vooral ook met de krachten vanuit de organisatie zodanig zijn dat het voortbestaan van de organisatie zo goed mogelijk verzekerd is. Dit houdt in dat de leiding in de organisatie zich voortdurend rekenschap moet geven van hetgeen zich in en om de organisatie afspeelt en op veranderingen moet reageren. Denk aan conflicten tussen afdelingen, trage besluitvorming, verloop onder personeel, stijging van grondstoffenprijzen, schaarste aan arbeidskrachten, opkomst van kantoorruimte huren arnhem nieuwe materialen en vervangende grondstoffen en dergelijke. Daarbij dient de leiding te beseffen dat dit soort veranderingen en krachten zich in een sociaal-maatschappelijke bestaand organisatiekader en binnen een sociaal-maatschappelijke omgeving afspelen, waaromgeving in bijvoorbeeld afdelingen, de ondernemingsraad, vakbonden, toeleveranciers, banken, en lokale, provinciale en landelijke overheden of actiegroepen invloed uitoefenen. Met dit alles rekening houdend zal de eigenaar/leider in het kleine bedrijf of het professionele management in een grote organisatie doelstellingen bepalen, een koers uitzetten, de vorm van organisatie kiezen en de daarvoor benodigde middelen zien te verkrijgen en inzetten.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *