De biologische armoedegrens

Gerelateerde afbeelding
Laten we beginnen met het fenomeen hongersnood, dat duizenden jaren de grootste vijand van de mensheid is geweest. Tot voor kort leefden de meeste mensen op de uiterste rand van de biologische armoedegrens, waaronder mensen bezwijken aan ondervoeding en honger. Eén kleine vergissing of een beetje pech kon zomaar een doodvonnis betekenen voor een hele familie of een heel dorp. Als zware regenval je tarweoogst verwoestte of rovers er met je kudde geiten vandoor gingen, kon dat de hongerdood betekenen voor jou en je dierbaren. Pech of stommiteiten op collectief niveau leidden tot massale hongersnoden. Als het oude Egypte of het middeleeuwse India werd getroffen door ernstige droogte, was het niet ongebruikelijk dat vijf of tien procent van de bevolking omkwam. Voedsel werd schaars, transportmiddelen waren te traag en te duur om voldoende levensmiddelen te kunnen importeren en regeringen waren veel te zwak om als reddende engel te kunnen optreden. Sla een kantoor huren rotterdam willekeurig geschiedenisboek open en je komt geheid afschuwelijke verhalen tegen over wanhopige, uitgehongerde bevolkingsgroepen. In april 1694 beschreef een Franse functionaris in de stad Beauvais de gevolgen van hongersnood en krankzinnig gestegen voedselprijzen. Hij meldde dat zijn hele district nu bevolkt werd door ‘een oneindig aantal arme zielen, verzwakt door honger en ellende en stervend van armoede, omdat ze, zonder werk of beroep, geen geld hebben om brood te kopen. Om hun leven nog iets te rekken en hun honger enigszins te lenigen eten deze stakkers zulke onreine dingen als katten en het vlees van paarden die na het villen op de mesthoop zijn gegooid. [Anderen voeden zich met] het bloed dat vloeit als koeien en ossen worden geslacht en het slachtafval dat koks op straat smijten. Andere arme sloebers eten brandnetels en onkruid, ofw ortels en kruiden die ze in water koken.’
Dergelijke taferelen speelden zich in heel Frankrijk af. In de voorgaande twee jaar waren de oogsten in het hele koninkrijk verwoest door slecht weer, zodat de graanschuren tegen het voorjaar van 1694 volkomen leeg waren. De rijken vroegen exorbitante prijzen voor alle soorten gehamsterd voedsel en de armen stierven bij bosjes. Zo’n 2,8 miljoen Fransen -vijftien procent van de bevolking – stierven van de honger tussen 1692 en 1694, terwijl Zonnekoning Lodewijk XIV zich in Versailles vermaakte met zijn maîtresses. Het jaar daarop, in 1695, sloeg de hongersnood toe in Estland, wat een vijfde van de bevolking niet overleefde. In 1696 was het de kantoor huren amsterdam beurt van Finland, waar een kwart tot een derde van de inwoners stierf. In Schotland heerste tussen 1695 en 1698 ernstige hongersnood en in sommige gebieden stierf tot twintig procent van de bevolking daar van de honger.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *