Het college van burgemeester

Afbeeldingsresultaat voor site:ilocate.nl

Bevoegdheid tot het verrichten van privaatrechtelijke rechtshandelingen De bevoegdheid tot het verrichten van publiekrechtelijke rechtshandelingen moet altijd zijn terug te voeren op een wettelijke grondslag. De overheid ontleent de bevoegdheid tot het verrichten van privaatrechtelijke handelingen of kantoor huren assen het verrichten van feitelijke handelingen aan het eigendomsrecht of aan het beginsel van contractvrijheid. Publiekrechtelijke bevoegdheden worden altijd uitgeoefend door bestuursorganen van een publiekrechtelijke rechtspersoon. Privaatrechtelijke bevoegdheden worden altijd uitgeoefend door de rechtspersoon zelf.
• Voorbeeld Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente verleent een bouwvergunning. De gemeente zelf kantoor huren lelystad verkoopt de grond waarop een woning wordt gebouwd.
Rechtmatigheid van de rechtshandeling Voor de beoordeling van publiekrechtelijke rechtshandelingen gelden de normen van het geschreven recht en de beginselen van behoorlijk bestuur.
Privaatrechtelijke normen gelden niet voor de beoordeling van publiekrechtelijke rechtshandelingen. Voor de beoordeling van privaatrechtelijke rechtshandelingen ligt dit anders. Hiervoor gelden zowel de privaatrechtelijke normen als de normen van de algemene beginselen van behoorlijk bestuur. Dit is vastgelegd in art. 3:1 Awb: op andere handelingen van bestuursorganen dan besluiten zijn de afdelingen 3.2 t/m 3.5 van overeenkomstige toepassing, voor kantoor huren zaandam zover de aard van de handelingen zich daartegen niet verzet. Dit houdt met name in dat de beginselen van behoorlijk bestuur onverkort gelden voor privaatrechtelijke handelingen van de overheid.
•Voorbeeld In het Icon-arrest oordeelde de Hoge Raad als volgt: een overheidslichaam behoort bij het uitoefenen van zijn bevoegdheden uit een erfpachtsverhouding de algemene beginselen van behoorlijk bestuur (en dus ook het gelijkheidsbeginsel) in acht te nemen. Voor zover het middel kantoor huren ede betoogt dat het gelijkheidsbeginsel hier slechts aan de orde zou kunnen komen in het kader van de toepassing van een aan de overheid meer ruimte latende redelijkheidsmaatstaf en daarom hier een zwakkere werking dan in het bestuursrecht zou hebben, gaat het uit van een onjuiste rechtsopvatting. (HR 27 maart 1987, nr. 12.807)

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *