Het dataïsme

Gerelateerde afbeelding

Het technohumanisme staat hiermee voor een onmogelijk dilemma. Het beschouwt de menselijke wil als het allerbelangrijkste van het hele universum, dus drijft het de mensheid aan tot het ontwikkelen van technologieën die de wil kunnen beheersen en omvormen. Het is tenslotte heel verleidelijk om de controle te krijgen over het belangrijkste ding ter
wereld. Maar als we die controle ooit krijgen, zou het technohumanisme niet weten wat het ermee moest beginnen, want zakelijke energie dan zou de heilige mens gereduceerd worden tot het zoveelste designproduct. We kunnen nooit iets met dat soort technologieën beginnen als we blijven geloven dat de menselijke wil en de menselijke beleving de opperste bron van autoriteit en zingeving zijn. Daarom staat er al een doortastender technoreligie klaar die de humanistische navelstreng helemaal wil doorsnijden. Deze religie voorziet een wereld die niet om de verlangens en ervaringen van mensachtige wezens draait. Maar wat kan verlangens en ervaringswerelden vervangen als bron van alle betekenis en gezag? In 2016 zit er maar één kandidaat in de wachtkamer van de geschiedenis. Deze kandidaat heet informatie. De interessantste opkomende religie is het dataïsme, dat geen goden of mensen verheerlijkt, maar data.
Het dataïsme verklaart dat het universum bestaat uit datastromen en dat de waarde van elk fenomeen en elke entiteit wordt bepaald door de bijdrage daarvan aan de dataverwerking.1 Dit geloof klinkt misschien als een excentriek randverschijnsel, maar het heeft het grootste deel van het wetenschappelijke establishment al veroverd. Het dataïsme is geboren uit de explosieve samenloop van twee wetenschappelijke vloedgolven. In de honderdvijftig jaar sinds Charles Darwin Over het ontstaan van soorten publiceerde zijn de biowetenschappen organismen gaan zakelijke energie vergelijken beschouwen als biochemische algoritmen. En in de tachtig jaar sinds Alan Turing het idee van een turingmachine formuleerde hebben informatici steeds geavanceerdere elektronische algoritmen kunnen creëren. Het dataïsme voegt die twee samen, vanuit het idee dat biochemische en elektronische algoritmen onderhevig zijn aan exact dezelfde wiskundige wetten. Daarmee doorbreekt het dataïsme de barrière tussen dieren en machines en het verwacht dat elektronische algoritmen uiteindelijk de biochemische algoritmen zullen ontcijferen en overtreffen.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *