RUIMTELIJKE ORDENING OP RIJKSNIVEAU

RUIMTELIJKE ORDENING OP RIJKSNIVEAU

Het rijksbeleid krijgt gestalte in de vorm van planologische kernbeslissingen (PKB’s), die bestaan uit algemene nota’s, structuurschetsen, structuurschema’s en kantoor huren rotterdam  concrete beleidsbeslissingen. Deze plannen doorlopen de planologische kernbeslissingsprocedure uit de WRO. In de afgelopen jaren is dit diverse keren gebeurd (onder andere Vino, Vinex en SVV-II). De PKB onderscheidt zich van ‘gewoon’ beleid door een voorbereiding waarbij eenieder inspraak heeft. Bij de voorbereiding dient de ‘openbare voorbereidingsprocedure’ die in artikel 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht is neergelegd, in acht te worden genomen. Eenieder kan beroep instellen tegen onderdelen van een PKB die uitdrukkelijk aangemerkt zijn als concrete beleidsbeslissingen. Met de eerdergenoemde beleidsbeslissingen wordt op rijksniveau een algemeen kader aangegeven. Een PKB is niet rechtstreeks bindend voor de bedrijfspand huren Zwollen burgers. Provincies, regio’s en gemeenten daarentegen dienen bepalingen in PKB’s die aangemerkt zijn als concrete beleidsbeslissingen, bij het opstellen van hun plannen in acht te nemen.
RUIMTELIJKE ORDENING OP PROVINCIAAL NIVEAU
In de WRO is opgenomen dat Gedeputeerde Staten (GS) de nodige maatregelen nemen ter voorbereiding van het provinciaal beleid inzake ruimtelijke ordening. Het provinciaal beleid is in het algemeen globaal en coördinerend van aard. Voor de verschillende delen van de provincie worden streekplannen opgesteld, waarin de hoofdlijnen van de ruimtelijke ontwikkeling van de provincie worden aangegeven. In de streekplannen worden locaties voor wonen, industrie, recreatie, natuurontwikkeling en landbouw

OVERIGE JURIDISCHE ASPECTEN

neergelegd. Ook zaken als verkeersstructuur en milieubescherming vinden hun plaats in het streekplan. Het streekplan bindt de burgers in beginsel niet rechtstreeks. Het is een programma dat de volgende verschillende functies heeft:
• Beleidsvormend: Het streekplan geeft de hoofdlijnen aan van de toekomstige (ruimtelijke) ontwikkeling van het gebied dat in het plan begrepen is. • Toetsingskader: Het streekplan vormt het beoordelingskader voor GS bij hun besluiten over de goedkeuring van gemeentelijke planologische maatregelen, zoals de besluiten tot vrijstelling van het bestemmingsplan. Indien het (te wijzigen) bestemmingsplan strijdig is met het streekplan, zal de provincie (GS) hieraan niet haar goedkeuring verlenen. Op basis van het streekplan kunnen GS de gemeenteraad verplichten binnen een bepaalde termijn een bestemmingsplan vast te stellen of te herzien. GS kunnen daaromtrent een aanwijzing geven. • Integratie- en coördinatiekader; Het streekplan wordt ook gebruikt om zowel verticaal (Rijk, provincie en gemeenten) als horizontaal (provinciaal beleid op verschillende terreinen) beleid af te stemmen.
Net als voor PKB’s geldt ook voor streekplannen dat bepalingen van het streekplan die als concrete beleidsbeslissingen aangemerkt zijn, bindend zijn voor de lagere overheden en de burgers. Zoals hiervoor kantoorruimte huren Arnhem   reeds vermeld, staat tegen deze beslissingen voor eenieder beroep open. Dit moet plaatsvinden ten aanzien van de direct bindende concrete beleidsbeslissing (artikel 24 WRO), in een later stadium, in het kader van de procedures bij de voorbereiding en vaststelling van een gemeentelijk bestemmingsplan, is beroep niet meer mogelijk.
RUIMTELIJKE ORDENING OP REGIONAAL NIVEAU

Ingevolge de Kaderwet bestuur in verandering zijn in ons land zeven regionale openbare lichamen (ROL’s) ingesteld voor de stedelijke gebieden2 die in de Kaderwet aangewezen zijn. Voor de algemene besturen van deze lichamen geldt de verplichting tot het vaststellen van een regionaal structuurplan. Hierin worden de toekomstige ontwikkelingen van het desbetreffende gebied aangegeven en worden concrete beleidsbeslissingen genomen over de locatie van projecten of voorzieningen van regionaal belang.
2 De regio’s Amsterdam, Rotterdam, Utrecht, Eindhoven, Amhem/Nijmegen, Haaglanden
Vanuit de gemeenten gezien is de invloed van het regionaal structuurplan dan ook groot. Een andere belangrijke taak van het ROL is het adviseren van GS inzake het planologisch toezicht. De ROL’s worden ook betrokken bij het opstellen van een streekplan voorzover dit plan ook betrekking heeft op de desbetreffende regio.
RUIMTELIJKE ORDENING OP GEMEENTELIJK NIVEAU
Het gemeentelijk planologische beleid is een  bedrijfspand huren amsterdam uitvloeisel van het rijks- en provinciaal beleid en krijgt zijn weerslag in structuur- en bestemmingsplannen. In de WRO is geen algemene taakstelling ten aanzien van de gemeente neergelegd. In het Besluit op de ruimtelijke ordening dat aan de wet gekoppeld is, is opgenomen dat het College van B. en W. ten behoeve van een goede ruimtelijke ordening een onderzoek instelt naar de bestaande toestand en de mogelijke wenselijke ontwikkeling van de gemeente. De WRO bepaalt wel dat de gemeenteraad verplicht is voor de gebieden buiten de bebouwde kom bestemmingsplannen vast te stellen. Voor gebieden binnen de bebouwde kom kan dat, maar is dit niet verplicht gesteld. In de praktijk valt inmiddels heel Nederland onder het regime van een bestemmingsplan, zowel binnen als buiten de bebouwde kom

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *