statistiek gaat over grote aantallen.

statistiek gaat over grote aantallen.

Een mooie illustratie werd pas gegeven in een van de bedrijfsruimte huren rotterdam zuid opgaven van de Wetenschapsquiz 1997. Die luidde als volgt: u hebt in een quiz 1.000 gidden gewonnen. U mag het geld mee naar huis nemen of inzetten in het Goedkoop kantoor huren Zwolle bekende kop-of-muntspel. Bij kop wordt het bedrag verdubbeld. Bij munt krijgt u maar de helft. Wat is de juiste statistische redenering? Het juiste antwoord, zo stelde NWO, de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek, is dat u de gok moet wagen. De redenering is als volgt. Volgens de statistiek is de winstverwachting kans maal opbrengst. Dus als u niet gokt, is uw winstverwachting 100% x 1.000 is 1.000 gulden. Als u wel gokt is uw winstverwachting (50% x 2.000) + (50% x 500) is 1.250 gulden. U moet dus gokken. Dat antwoord is statistisch gezien volkomen juist. Waarom voelt het dan toch niet lekker? Dat komt omdat u een zeer reële kans hebt om, als u gokt, de helft van uw geld te verliezen. Toch zegt statistiek dat uw winstverwachting bij gokken hoger wordt. Maar statistiek geldt voor grote aantallen. Dat betekent dat dit de juiste strategie is voor een grote groep gokkers die de opbrengst samen delen. Naarmate de groep groter wordt, zal de kans dat de gemiddelde opbrengst per gokker 1.250 gulden wordt tot bijna 100% stijgen. Als u het spelletje een keer individueel speelt, gaat de vlieger niet op. U hebt 50% kans om 500 gidden te verliezen en u hebt ook 50% kans om 1.000 gulden extra te winnen. Dat is alles. Statistiek gaat over grote aantallen, grote groepen, lange tijd. En dat moet u nooit uit het oog verliezen als u gaat beleggen. In advertenties die de zegeningen van het beleggen in aandelen bezingen, komt vaak een zin voor als “het rendement op aandelen is de afgelopen 20 jaar gemiddeld 15% geweest, veel hoger dan op de  bedrijfsruimte huren Arnhem spaarrekening”, waarbij de percentages kunnen variëren afhankelijk van de bedoelde aandelen. Dat is volkomen waar. Maar de zin wordt vaak gebruikt om te suggereren dat aandelen voor iedereen, en altijd, een goede belegging zijn. Maar niet ieder aandeel is gemiddeld zo veel gestegen. Een gemiddelde is een statistische grootheid. Zij is slechts van mogelijk belang voor een belegger die zijn geld voor minstens 20 jaar vastzet en die in alle aandelen belegt. Zelfs dan kan hij nog niet op 15% rendement rekenen, want statistiek voorspelt kansen, geen zekerheden. Bovendien is de kans dat de geschiedenis zich herhaalt onbekend. En als uw beleggingshorizon korter is dan 20 jaar hebt u nog minder aan dit gegeven. Slechts twee zaken staan vast. Het winkelpand te huur in Amsterdam gemiddelde rendement op aandelen is in het verleden hoger geweest dan het gemiddelde rendement op een spaarrekening. En aandelen hebben sterker gefluctueerd dan de rente. Daaruit volgt dat de kans op een hoog rendement bij een belegging in aandelen groter is dan bij een spaarrekening. En daar komt de eerste hoofdwet van beleggen vandaan.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *