Tagarchief: bedrijfspand huren amsterdam

Dienstverlenende bedrijven

Regio Oost kenmerkt zich door een g root aantal kleine (q ua vloeroppervlak) dienstverlenende bedrijven. H ier za l wel wat verloop in zijn, maar door de d iversiteit zijn grote risico’s hier niet te verwachten. De bedrijfsruimte huren in Rotterdam overige sectoren kennen een goede spreiding van typen huurders over de objecten. In regio Noord is de overheid dominant aanwezig. Dit houdt een zeker risico i n, omdat een aantal overheidsfuncties – die in de afgelopen decennia vanuit de Randstad naar deze regio zijn overgebracht – weer teruggaat. Huurders in object 1 2-5 >5 168 Verdeling aantal huurders per object Totaal 15 8 4 West 10 2 Oost 2 1 3 Zuid 4 Noord 3 VASTGOEDMANAGEMENT OP BELEIDSVLAK/STRATEGISCH NIVEAU 6.2 Regio Zuid kenmerkt zich doordat de objecten a l lemaal een beperkt aantal huurders hebben. Verder is het aantal objecten met maar één huurder hoog in de regio’s West en Noord. Regio Oost heeft vooral objecten met een groot aantal huurders. Verdeling huurders naar vrij bedrijfspand te huur in Zwolle verhuurbaar oppervlak Vrij verhuurbaar vloeroppervlak (m2) 0 tlm 250 251 t/m 500 501 t/m 750 1 .001 t/m 1 .500 1 .501 t/m 2.000 > 2.000 Totaal Aantal huurders 24 13 6 3 12 13 71 Verdeling huurders naar huurprijs Huu rprijs (€/m2) Tot 1 00 101 t/m 125 1 26 t/m 1 50 1 51 t/m 175 1 76 t/m 225 > 226 Totaal Aantal huurders 8 31 14 9 8 71 Verdeling huurders naar einddatum huurcontract Resterende looptijd contract (jaren) <2 2 tot 3 3 tot 5 5 tot 10 > 1 0 Totaal Aantal huurders 25 18 15 8 5 71 169 6.2 Verdeling bedrijfspand huren amsterdam huurders naar huurprijs (euro/m1) 1% 13% 20% 1 1% CIT01 lOO • 10 1 !lm 125 D IHi!lm lSO 0 151 !lm 17S • 176 !/mHS Cl> 226 VASTGOEDMANAGEMENT Resterende looptijd huurcontracten (jaren) 7% 36% 0<2 • 2 101 3 0 3 101 5 0 S to1 IO • > 1 0 Het merendeel van de huurders huurt slechts een klein oppervlakte (tot 500 m2). Daarnaast bevat de portefeuille een relatief groot aantal huurders (dertien) die meer dan 2.000 m2 huren. De meeste huurders beta len een huur tussen de 1 00 en 1 50 euro per vierkante meter. Verontrustend is dat het overgrote deel van de huurcontracten (84%) binnen vijf jaar afloopt, 26% van het aantal contracten loopt zelfs binnen twee jaar af. Gezien het bedrijfspand huren in Arnhem feit dat een vastgoedcrisis gemiddeld drie tot vijf jaar duurt, lopen veel huurcontracten op een mogelijk dieptepunt van de varkenscyclus af. Wan neer het bezit niet aan de wensen voldoet loopt de belegger het risico dat huurders wegtrekken en er leegstand optreedt. Voldoet het bezit wel aan de gebruikerseisen, dan kunnen huurders als gevolg van de verslechterde vastgoedmarkt lagere huurprijzen bedingen. Dit beïnvloedt het beleggingsrendement eveneens nadelig. De kortlopende contracten zijn vooral te vinden in de reg io’s West en Oost. In de regio Zuid zijn de huurcontracten goed gespreid over de looptijd. Regio Noord kenmerkt zich door lange huurcontracten.

 

 

Vastgoedmanagement op beleidsvlak

Vastgoedmanagement op beleidsvlak / strategisch niveau In dit hoofdstuk komen onderwerpen aan de orde zoals het bepalen en bijstellen van doelstellingen, het analyseren van de vastgoedportefeuille, het bedrijfsruimte huren in Rotterdam formuleren van doelstellingen op vastgoedniveau – nieuwbouw, (her)ontwikkeling, beheer op verschillende kwaliteitsniveaus en het afstoten door verkoop of sloop – en bedrijfsniveau, evenals het stellen van prioriteiten. Op het beleidsvlak/strategische niveau gaat het om de vast- en bijstelling van de bedrijfsstrategie, waarbij wordt gezocht naar rendabele doel-middelencombinaties. De kernvraag hierbij is in welke markt het vastgoedbedrijf wil investeren om de gewenste doelen te bereiken. En als men eenmaal gekozen heeft voor een markt, dan zullen de door het vastgoedbedrijf aangeboden producten moeten leiden tot rendabele product-marktcombinaties. Het kan ook voorkomen dat de positie van het vastgoedbedrijf in de markt moet worden heroverwogen, zoals die van de woningcorporaties. Woningcorporaties zijn sinds 1 993 verzelfstandigd en na de zogenoemde bruteringsoperatie in 1 995 ook financieel zelfstandig. Als ‘toegelaten instelling’ staan ze echter nog steeds onder publiek toezicht van de minister. Dankzij die status zijn sociale huisvestingsactiviteiten tot bedrijfspand te huur in Zwolle op heden onbelast voor vennootschapsbelasting, maar sinds 1 januari 2008 is dat anders. Woningcorporaties zijn instellingen zonder winstoogmerk. Zij worden geacht hun opbrengsten te herinvesteren in hun kerntaak: sociale huisvesting. Invoering van vennootschapsbelasting over al hun activiteiten drijft de corporaties in een vergelijkbare positie als die van commerciële woningverhuurders. Woningstichtingen hebben hierdoor ten opzichte van commerciële woningverhuurders – investeringsmaatschappijen – geen voordelen meer en dan is het de vraag bedrijfspand huren amsterdam welke voordelen woningcorporaties nog hebben om in het bestel van ‘toegelaten instellingen’ te blijven. Met de bruteringsoperaties in de jaren negentig zijn de woningcorporaties en overheid uit elkaar gegroeid. Steeds meer woningcorporaties richten zich op het duurdere huurderssegment en de koopsector om vanuit financieel perspectief het beoogde rendement te halen. Mogelijk verlaten hierdoor woningcorporaties het publieke stelsel en dat is gezien hun maatschappelijke taak een hoogst ongewenste stap. De verhuurmarkt van de goedkopere huurwoningen krijgt zo minder aandacht. Bovendien zijn woningcorporaties door de overheid hierop bedrijfspand huren in Arnhem moeilijker aan te sturen, omdat de band tussen de overheid en woningcorporatie losser is geworden. Wie weet zal het niet lang duren of gemeenten zullen zich weer genoodzaakt voelen tot het oprichten van gemeentelijke woningbedrijven voor de huurders aan de onderkant van de verhuurmarkt. De kranten kwamen dan ook met duidelijke koppen, zoals ‘Volkshuisvesting in gevaar’ of ‘Liever huizen bouwen buiten het bestel. Moeizame relatie tussen woningcorporaties en overheid verder op scherp gezet’.

Huisvestingsmanagement

Huisvestingsmanagement Vastgoedmanagement kan een grote toegevoegde waarde realiseren voor de eindgebruiker. bedrijfsruimte huren in Rotterdam Goed vastgoedmanagement leidt tot: productieverhoging (materieel en sociaal vermogen): investeringen in eigen gebouwen leveren een rendement op van 7 tot 8% (Dewulf et al., 2000); werkplekinnovatie kan de productiviteit van de werknemer verhogen; goede bedrijfshuisvesting voorkomt en beperkt het ziekteverzuim. kostenverlaging (materieel vermogen): onroerend goed beslaat gemiddeld 40% van de activa en 1 7% van de kosten van bedrijven in Engeland (Weatherhead, 1 997); bij de vijftien grootste bedrijven in Nederland maken gebouwen in eigen gebruik 20% van de totale activa uit en beslaan ze 35% van de operationele kosten (Dewulf et al., 2000); werkplekkosten, vijfde kostenpost voor bedrijven; er ontstaat een betere doorbelasting van huisvestingskosten naar de gebruiker. – risicobeheersing: Arbo verplicht het garanderen van een veilige werkplek; – veranderende huisvestingseisen ten aanzien van locatie, kwaliteit en ruimtebeslag vragen om een makkelijk aanpasbaar gebouw; – optimale verdeling huur, lease en eigendom vanwege veranderende huisvestingseisen in locatie, kwaliteit en ruimtebeslag. – waardeverhoging van bedrijfshuisvesting (materieel vermogen): bedrijfspand te huur in Zwolle  – goed onderhoud draagt bij aan de waardevastheid en courantheid van het vastgoed; – goed onderhoud draagt bij aan de verhuurbaarheid van vastgoed; optimaal ruimtegebrek voorkomt leegstand en daardoor leegstandsverliezen dan wel derving van huurinkomsten. vergroting van de flexibiliteit van bedrijfshuisvesting (denkvermogen): 134 zorg voor een optimale mix van huur, lease en eigendom om toename en afname van de huisvestingsbehoefte soepel op te vangen; bedrijfspand huren amsterdam VASTGOEDMANAGEMENTCONCEPT 5.2 – ontwerp gebouwen die (relatief) gemakkelijk zijn aan te passen aan veranderende huisvestingsbehoeften. – ondersteuning van bedrijfscultuurveranderingen. Werkplekinnovaties en verhuizingen kunnen de invoering van bedrijfscultuurveranderingen ondersteunen (sociaal vermogen): ze zijn een actueel en concreet aangrijpingspunt voor de bedrijfsvoering van de organisatie die sterk gericht is op de markt, productiviteit, flexibiliteit of creativiteit; – veranderingen in de organisatiestructuur: functiespecialisatie versus functionele teams; – veranderingen in de organisatieomvang: organisatie-, afdelings- en teamgrootte; – veranderingen in de aansturing van de organisatie: direct bedrijfspand huren in Arnhem toezicht versus wederzijdse afstemming; – veranderingen in de organisatieprocessen: werkend vanuit een bron en/of naar volgorde. – bedrijfshuisvesting als middel voor PR en marketing (commercieel vermogen): – imago, huisstijl, uitstraling, bereikbaarheid, zichtbaarheid, enz.

 

 

Wat is een trend?

Wat is een trend?


De bedrijfsruimte huren in Rotterdam definitie van een trend is moeilijk te formuleren. Een trend heeft altijd met maatschappelijke levensomstandigheden te maken. Een trend is een verandering in de houding ten opzichte van het bedrijfspand te huur in Zwolle bestaande en het algemeen aanvaarde binnen de eigen omgeving. Dikwijls wordt iets nieuws met een trend verward. Maar iets nieuws hoeft niet noodzakelijkerwijs een trend te zijn. Iets nieuws ligt veelal in lijn met het bestaande. Het bedrijfspand huren amsterdam nieuwe creëert geen nieuwe trend, hoogstens een hype of een mode. Er is pas sprake van een trend als de oorzaak een onderliggende maatschappelijke verandering is. Een voorbeeld. De introductie van een nieuwe hoogrendementsketel zal bestaande cv-ketels vervangen. Hoe populair de nieuwe ketel ook is; er is geen sprake van een nieuwe trend, want het bedrijfspand huren in Arnhem nieuwe model vervangt het oude model. Echter, bij de introductie van zonneboilers is sprake van een trend, omdat het een uiting is van een maatschappelijke ontwikkeling – namelijk een toegenomen milieubesef – en omdat zonneboilers de bestaande producten echt vervangen (in tegenstelling tot een nieuw model ketel dat het oude type vervangt). Men kan pas van een trend spreken wanneer een bepaalde benadering of opvatting zo veel invloed krijgt dat deze in staat is om krachtenvelden zoals cultuur, traditie, gewoonte en gemakzucht uit te schakelen of af te zwakken. Duurzaam bouwen is hiervan een duidelijk voorbeeld.

Real Estate Norm

Real Estate Norm


In de voorgaande paragrafen is vooral gekeken naar de kantoor huren centrum Rotterdam  beoordeling van een object of portefeuille in financiële termen. Vanzelfsprekend speelt ook, en in enkele situaties vooral, de kwaliteit van het object een rol bij de keuze wel of niet tot aankoop of huur over te gaan. Veel kwaliteitskenmerken komen tot uiting in de financiële kenmerken van het object. Een toplocatie heeft een Goedkoop kantoor huren Zwolle hogere huurprijs dan overige locaties, comfortabele nieuwbouw is duurder dan een technisch verouderd gebouw. Toch zijn financiële kengetallen alleen onvoldoende om een goed inzicht te verkrijgen in de kwaliteit van een vastgoedobject. Het woord kwaliteit betekent ‘hoedanigheid’ en heeft betrekking op eigenschappen. De meeste eigenschappen van een gebouw laten zich relatief eenvoudig en objectief beschrijven. In het spraakgebruik wordt kwaliteit echter vaak verbonden met ‘goed’ en zit er een waardeoordeel in opgesloten: een kwaliteitsproduct is een product van hoge kwaliteit.
BEOORDELINGSMETHODES VASTGOED

Kwaliteit heeft dus betrekking op zowel objectieve als subjectieve zaken. Zo kan objectief worden vastgesteld dat een bedrijfsruimte huren Arnhem gebouw 22 meter hoog is en dat de vloeren van beton zijn. Het aantal parkeerplaatsen kan worden geteld en het lichtniveau in de ruimtes gemeten. De flexibiliteit van het gebouw ligt al complexer en of het gebouw een prettige uitstraling heeft, is bijna volledig een subjectief gegeven. In de vastgoedwereld worden verschillende kwalitatieve methodes gehanteerd. Een van de meest gestandaardiseerde voor kantoren en bedrijfsgebouwen is de Real Estate Norm (REN). De REN is ontwikkeld door de Stichting REN Nederland, die is opgericht door DTZ Zadelhoff, Starke Diekstra (nu Arcadis) en Jones Lang Wootton (nu Jones Lang LaSalle). De REN is niet meer en niet minder dan een gestructureerde lijst van bijna 200 (kwaliteits)aspecten. Voorbeelden daarvan zijn de bedrijfspand huren amsterdam  bereikbaarheid met eigen vervoer (uitgedrukt in de afstand in km van het betreffende perceel naar de dichtstbijzijnde afrit van de snelweg) en de kwaliteit van de facilitaire ruimten met betrekking tot sanitair (uitgedrukt in aantal toiletpotten per m2 bvo). Er zijn specifieke lijsten ontwikkeld voor kantoorgebouwen en bedrijfsruimte. De aspectenlijst heeft een boomstructuur, met als twee grootste takken de kwaliteit van de locatie en de kwaliteit van het object. Voor elk aspect zijn vijf nauw omschreven kwaliteitsniveaus beschikbaar, die gekoppeld zijn aan een cijfer

RUIMTELIJKE ORDENING OP RIJKSNIVEAU

RUIMTELIJKE ORDENING OP RIJKSNIVEAU

Het rijksbeleid krijgt gestalte in de vorm van planologische kernbeslissingen (PKB’s), die bestaan uit algemene nota’s, structuurschetsen, structuurschema’s en kantoor huren rotterdam  concrete beleidsbeslissingen. Deze plannen doorlopen de planologische kernbeslissingsprocedure uit de WRO. In de afgelopen jaren is dit diverse keren gebeurd (onder andere Vino, Vinex en SVV-II). De PKB onderscheidt zich van ‘gewoon’ beleid door een voorbereiding waarbij eenieder inspraak heeft. Bij de voorbereiding dient de ‘openbare voorbereidingsprocedure’ die in artikel 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht is neergelegd, in acht te worden genomen. Eenieder kan beroep instellen tegen onderdelen van een PKB die uitdrukkelijk aangemerkt zijn als concrete beleidsbeslissingen. Met de eerdergenoemde beleidsbeslissingen wordt op rijksniveau een algemeen kader aangegeven. Een PKB is niet rechtstreeks bindend voor de bedrijfspand huren Zwollen burgers. Provincies, regio’s en gemeenten daarentegen dienen bepalingen in PKB’s die aangemerkt zijn als concrete beleidsbeslissingen, bij het opstellen van hun plannen in acht te nemen.
RUIMTELIJKE ORDENING OP PROVINCIAAL NIVEAU
In de WRO is opgenomen dat Gedeputeerde Staten (GS) de nodige maatregelen nemen ter voorbereiding van het provinciaal beleid inzake ruimtelijke ordening. Het provinciaal beleid is in het algemeen globaal en coördinerend van aard. Voor de verschillende delen van de provincie worden streekplannen opgesteld, waarin de hoofdlijnen van de ruimtelijke ontwikkeling van de provincie worden aangegeven. In de streekplannen worden locaties voor wonen, industrie, recreatie, natuurontwikkeling en landbouw

OVERIGE JURIDISCHE ASPECTEN

neergelegd. Ook zaken als verkeersstructuur en milieubescherming vinden hun plaats in het streekplan. Het streekplan bindt de burgers in beginsel niet rechtstreeks. Het is een programma dat de volgende verschillende functies heeft:
• Beleidsvormend: Het streekplan geeft de hoofdlijnen aan van de toekomstige (ruimtelijke) ontwikkeling van het gebied dat in het plan begrepen is. • Toetsingskader: Het streekplan vormt het beoordelingskader voor GS bij hun besluiten over de goedkeuring van gemeentelijke planologische maatregelen, zoals de besluiten tot vrijstelling van het bestemmingsplan. Indien het (te wijzigen) bestemmingsplan strijdig is met het streekplan, zal de provincie (GS) hieraan niet haar goedkeuring verlenen. Op basis van het streekplan kunnen GS de gemeenteraad verplichten binnen een bepaalde termijn een bestemmingsplan vast te stellen of te herzien. GS kunnen daaromtrent een aanwijzing geven. • Integratie- en coördinatiekader; Het streekplan wordt ook gebruikt om zowel verticaal (Rijk, provincie en gemeenten) als horizontaal (provinciaal beleid op verschillende terreinen) beleid af te stemmen.
Net als voor PKB’s geldt ook voor streekplannen dat bepalingen van het streekplan die als concrete beleidsbeslissingen aangemerkt zijn, bindend zijn voor de lagere overheden en de burgers. Zoals hiervoor kantoorruimte huren Arnhem   reeds vermeld, staat tegen deze beslissingen voor eenieder beroep open. Dit moet plaatsvinden ten aanzien van de direct bindende concrete beleidsbeslissing (artikel 24 WRO), in een later stadium, in het kader van de procedures bij de voorbereiding en vaststelling van een gemeentelijk bestemmingsplan, is beroep niet meer mogelijk.
RUIMTELIJKE ORDENING OP REGIONAAL NIVEAU

Ingevolge de Kaderwet bestuur in verandering zijn in ons land zeven regionale openbare lichamen (ROL’s) ingesteld voor de stedelijke gebieden2 die in de Kaderwet aangewezen zijn. Voor de algemene besturen van deze lichamen geldt de verplichting tot het vaststellen van een regionaal structuurplan. Hierin worden de toekomstige ontwikkelingen van het desbetreffende gebied aangegeven en worden concrete beleidsbeslissingen genomen over de locatie van projecten of voorzieningen van regionaal belang.
2 De regio’s Amsterdam, Rotterdam, Utrecht, Eindhoven, Amhem/Nijmegen, Haaglanden
Vanuit de gemeenten gezien is de invloed van het regionaal structuurplan dan ook groot. Een andere belangrijke taak van het ROL is het adviseren van GS inzake het planologisch toezicht. De ROL’s worden ook betrokken bij het opstellen van een streekplan voorzover dit plan ook betrekking heeft op de desbetreffende regio.
RUIMTELIJKE ORDENING OP GEMEENTELIJK NIVEAU
Het gemeentelijk planologische beleid is een  bedrijfspand huren amsterdam uitvloeisel van het rijks- en provinciaal beleid en krijgt zijn weerslag in structuur- en bestemmingsplannen. In de WRO is geen algemene taakstelling ten aanzien van de gemeente neergelegd. In het Besluit op de ruimtelijke ordening dat aan de wet gekoppeld is, is opgenomen dat het College van B. en W. ten behoeve van een goede ruimtelijke ordening een onderzoek instelt naar de bestaande toestand en de mogelijke wenselijke ontwikkeling van de gemeente. De WRO bepaalt wel dat de gemeenteraad verplicht is voor de gebieden buiten de bebouwde kom bestemmingsplannen vast te stellen. Voor gebieden binnen de bebouwde kom kan dat, maar is dit niet verplicht gesteld. In de praktijk valt inmiddels heel Nederland onder het regime van een bestemmingsplan, zowel binnen als buiten de bebouwde kom