Tagarchief: bedrijfsruimte huren in Rotterdam

Dienstverlenende bedrijven

Regio Oost kenmerkt zich door een g root aantal kleine (q ua vloeroppervlak) dienstverlenende bedrijven. H ier za l wel wat verloop in zijn, maar door de d iversiteit zijn grote risico’s hier niet te verwachten. De bedrijfsruimte huren in Rotterdam overige sectoren kennen een goede spreiding van typen huurders over de objecten. In regio Noord is de overheid dominant aanwezig. Dit houdt een zeker risico i n, omdat een aantal overheidsfuncties – die in de afgelopen decennia vanuit de Randstad naar deze regio zijn overgebracht – weer teruggaat. Huurders in object 1 2-5 >5 168 Verdeling aantal huurders per object Totaal 15 8 4 West 10 2 Oost 2 1 3 Zuid 4 Noord 3 VASTGOEDMANAGEMENT OP BELEIDSVLAK/STRATEGISCH NIVEAU 6.2 Regio Zuid kenmerkt zich doordat de objecten a l lemaal een beperkt aantal huurders hebben. Verder is het aantal objecten met maar één huurder hoog in de regio’s West en Noord. Regio Oost heeft vooral objecten met een groot aantal huurders. Verdeling huurders naar vrij bedrijfspand te huur in Zwolle verhuurbaar oppervlak Vrij verhuurbaar vloeroppervlak (m2) 0 tlm 250 251 t/m 500 501 t/m 750 1 .001 t/m 1 .500 1 .501 t/m 2.000 > 2.000 Totaal Aantal huurders 24 13 6 3 12 13 71 Verdeling huurders naar huurprijs Huu rprijs (€/m2) Tot 1 00 101 t/m 125 1 26 t/m 1 50 1 51 t/m 175 1 76 t/m 225 > 226 Totaal Aantal huurders 8 31 14 9 8 71 Verdeling huurders naar einddatum huurcontract Resterende looptijd contract (jaren) <2 2 tot 3 3 tot 5 5 tot 10 > 1 0 Totaal Aantal huurders 25 18 15 8 5 71 169 6.2 Verdeling bedrijfspand huren amsterdam huurders naar huurprijs (euro/m1) 1% 13% 20% 1 1% CIT01 lOO • 10 1 !lm 125 D IHi!lm lSO 0 151 !lm 17S • 176 !/mHS Cl> 226 VASTGOEDMANAGEMENT Resterende looptijd huurcontracten (jaren) 7% 36% 0<2 • 2 101 3 0 3 101 5 0 S to1 IO • > 1 0 Het merendeel van de huurders huurt slechts een klein oppervlakte (tot 500 m2). Daarnaast bevat de portefeuille een relatief groot aantal huurders (dertien) die meer dan 2.000 m2 huren. De meeste huurders beta len een huur tussen de 1 00 en 1 50 euro per vierkante meter. Verontrustend is dat het overgrote deel van de huurcontracten (84%) binnen vijf jaar afloopt, 26% van het aantal contracten loopt zelfs binnen twee jaar af. Gezien het bedrijfspand huren in Arnhem feit dat een vastgoedcrisis gemiddeld drie tot vijf jaar duurt, lopen veel huurcontracten op een mogelijk dieptepunt van de varkenscyclus af. Wan neer het bezit niet aan de wensen voldoet loopt de belegger het risico dat huurders wegtrekken en er leegstand optreedt. Voldoet het bezit wel aan de gebruikerseisen, dan kunnen huurders als gevolg van de verslechterde vastgoedmarkt lagere huurprijzen bedingen. Dit beïnvloedt het beleggingsrendement eveneens nadelig. De kortlopende contracten zijn vooral te vinden in de reg io’s West en Oost. In de regio Zuid zijn de huurcontracten goed gespreid over de looptijd. Regio Noord kenmerkt zich door lange huurcontracten.

 

 

Vastgoedmanagement op beleidsvlak

Vastgoedmanagement op beleidsvlak / strategisch niveau In dit hoofdstuk komen onderwerpen aan de orde zoals het bepalen en bijstellen van doelstellingen, het analyseren van de vastgoedportefeuille, het bedrijfsruimte huren in Rotterdam formuleren van doelstellingen op vastgoedniveau – nieuwbouw, (her)ontwikkeling, beheer op verschillende kwaliteitsniveaus en het afstoten door verkoop of sloop – en bedrijfsniveau, evenals het stellen van prioriteiten. Op het beleidsvlak/strategische niveau gaat het om de vast- en bijstelling van de bedrijfsstrategie, waarbij wordt gezocht naar rendabele doel-middelencombinaties. De kernvraag hierbij is in welke markt het vastgoedbedrijf wil investeren om de gewenste doelen te bereiken. En als men eenmaal gekozen heeft voor een markt, dan zullen de door het vastgoedbedrijf aangeboden producten moeten leiden tot rendabele product-marktcombinaties. Het kan ook voorkomen dat de positie van het vastgoedbedrijf in de markt moet worden heroverwogen, zoals die van de woningcorporaties. Woningcorporaties zijn sinds 1 993 verzelfstandigd en na de zogenoemde bruteringsoperatie in 1 995 ook financieel zelfstandig. Als ‘toegelaten instelling’ staan ze echter nog steeds onder publiek toezicht van de minister. Dankzij die status zijn sociale huisvestingsactiviteiten tot bedrijfspand te huur in Zwolle op heden onbelast voor vennootschapsbelasting, maar sinds 1 januari 2008 is dat anders. Woningcorporaties zijn instellingen zonder winstoogmerk. Zij worden geacht hun opbrengsten te herinvesteren in hun kerntaak: sociale huisvesting. Invoering van vennootschapsbelasting over al hun activiteiten drijft de corporaties in een vergelijkbare positie als die van commerciële woningverhuurders. Woningstichtingen hebben hierdoor ten opzichte van commerciële woningverhuurders – investeringsmaatschappijen – geen voordelen meer en dan is het de vraag bedrijfspand huren amsterdam welke voordelen woningcorporaties nog hebben om in het bestel van ‘toegelaten instellingen’ te blijven. Met de bruteringsoperaties in de jaren negentig zijn de woningcorporaties en overheid uit elkaar gegroeid. Steeds meer woningcorporaties richten zich op het duurdere huurderssegment en de koopsector om vanuit financieel perspectief het beoogde rendement te halen. Mogelijk verlaten hierdoor woningcorporaties het publieke stelsel en dat is gezien hun maatschappelijke taak een hoogst ongewenste stap. De verhuurmarkt van de goedkopere huurwoningen krijgt zo minder aandacht. Bovendien zijn woningcorporaties door de overheid hierop bedrijfspand huren in Arnhem moeilijker aan te sturen, omdat de band tussen de overheid en woningcorporatie losser is geworden. Wie weet zal het niet lang duren of gemeenten zullen zich weer genoodzaakt voelen tot het oprichten van gemeentelijke woningbedrijven voor de huurders aan de onderkant van de verhuurmarkt. De kranten kwamen dan ook met duidelijke koppen, zoals ‘Volkshuisvesting in gevaar’ of ‘Liever huizen bouwen buiten het bestel. Moeizame relatie tussen woningcorporaties en overheid verder op scherp gezet’.

Huisvestingsmanagement

Huisvestingsmanagement Vastgoedmanagement kan een grote toegevoegde waarde realiseren voor de eindgebruiker. bedrijfsruimte huren in Rotterdam Goed vastgoedmanagement leidt tot: productieverhoging (materieel en sociaal vermogen): investeringen in eigen gebouwen leveren een rendement op van 7 tot 8% (Dewulf et al., 2000); werkplekinnovatie kan de productiviteit van de werknemer verhogen; goede bedrijfshuisvesting voorkomt en beperkt het ziekteverzuim. kostenverlaging (materieel vermogen): onroerend goed beslaat gemiddeld 40% van de activa en 1 7% van de kosten van bedrijven in Engeland (Weatherhead, 1 997); bij de vijftien grootste bedrijven in Nederland maken gebouwen in eigen gebruik 20% van de totale activa uit en beslaan ze 35% van de operationele kosten (Dewulf et al., 2000); werkplekkosten, vijfde kostenpost voor bedrijven; er ontstaat een betere doorbelasting van huisvestingskosten naar de gebruiker. – risicobeheersing: Arbo verplicht het garanderen van een veilige werkplek; – veranderende huisvestingseisen ten aanzien van locatie, kwaliteit en ruimtebeslag vragen om een makkelijk aanpasbaar gebouw; – optimale verdeling huur, lease en eigendom vanwege veranderende huisvestingseisen in locatie, kwaliteit en ruimtebeslag. – waardeverhoging van bedrijfshuisvesting (materieel vermogen): bedrijfspand te huur in Zwolle  – goed onderhoud draagt bij aan de waardevastheid en courantheid van het vastgoed; – goed onderhoud draagt bij aan de verhuurbaarheid van vastgoed; optimaal ruimtegebrek voorkomt leegstand en daardoor leegstandsverliezen dan wel derving van huurinkomsten. vergroting van de flexibiliteit van bedrijfshuisvesting (denkvermogen): 134 zorg voor een optimale mix van huur, lease en eigendom om toename en afname van de huisvestingsbehoefte soepel op te vangen; bedrijfspand huren amsterdam VASTGOEDMANAGEMENTCONCEPT 5.2 – ontwerp gebouwen die (relatief) gemakkelijk zijn aan te passen aan veranderende huisvestingsbehoeften. – ondersteuning van bedrijfscultuurveranderingen. Werkplekinnovaties en verhuizingen kunnen de invoering van bedrijfscultuurveranderingen ondersteunen (sociaal vermogen): ze zijn een actueel en concreet aangrijpingspunt voor de bedrijfsvoering van de organisatie die sterk gericht is op de markt, productiviteit, flexibiliteit of creativiteit; – veranderingen in de organisatiestructuur: functiespecialisatie versus functionele teams; – veranderingen in de organisatieomvang: organisatie-, afdelings- en teamgrootte; – veranderingen in de aansturing van de organisatie: direct bedrijfspand huren in Arnhem toezicht versus wederzijdse afstemming; – veranderingen in de organisatieprocessen: werkend vanuit een bron en/of naar volgorde. – bedrijfshuisvesting als middel voor PR en marketing (commercieel vermogen): – imago, huisstijl, uitstraling, bereikbaarheid, zichtbaarheid, enz.

 

 

Wat is een trend?

Wat is een trend?


De bedrijfsruimte huren in Rotterdam definitie van een trend is moeilijk te formuleren. Een trend heeft altijd met maatschappelijke levensomstandigheden te maken. Een trend is een verandering in de houding ten opzichte van het bedrijfspand te huur in Zwolle bestaande en het algemeen aanvaarde binnen de eigen omgeving. Dikwijls wordt iets nieuws met een trend verward. Maar iets nieuws hoeft niet noodzakelijkerwijs een trend te zijn. Iets nieuws ligt veelal in lijn met het bestaande. Het bedrijfspand huren amsterdam nieuwe creëert geen nieuwe trend, hoogstens een hype of een mode. Er is pas sprake van een trend als de oorzaak een onderliggende maatschappelijke verandering is. Een voorbeeld. De introductie van een nieuwe hoogrendementsketel zal bestaande cv-ketels vervangen. Hoe populair de nieuwe ketel ook is; er is geen sprake van een nieuwe trend, want het bedrijfspand huren in Arnhem nieuwe model vervangt het oude model. Echter, bij de introductie van zonneboilers is sprake van een trend, omdat het een uiting is van een maatschappelijke ontwikkeling – namelijk een toegenomen milieubesef – en omdat zonneboilers de bestaande producten echt vervangen (in tegenstelling tot een nieuw model ketel dat het oude type vervangt). Men kan pas van een trend spreken wanneer een bepaalde benadering of opvatting zo veel invloed krijgt dat deze in staat is om krachtenvelden zoals cultuur, traditie, gewoonte en gemakzucht uit te schakelen of af te zwakken. Duurzaam bouwen is hiervan een duidelijk voorbeeld.

Management

Management
In het bedrijfsruimte huren in Rotterdam vorige hoofdstuk is aandacht geschonken aan een algemeen vastgoedbegrippenkader.
Vastgoed veroudert, raakt in onbruik en de kantoorpand huren zwolle exploitatie verloopt steeds


moeizamer. Succesvol vastgoed exploiteren gaat niet vanzelf. De goedkoop bedrijfpand huren in Arnhem kern wordt gevormd
door mensen. Mensen, die met elkaar samenwerken in organisaties, die met hun
kennis en kunde activiteiten ontplooien, gericht op het succesvol exploiteren van
vastgoed. Het laten samenwerken van mensen in de vastgoedorganisatie is de taak van
de manager. Het zijn de manager en zijn medewerkers die besluiten zich op een deel
van de markt te concentreren en op basis daarvan een vastgoedbedrijf in te richten,
zodat de marktvraag kan worden beantwoord. Bewerkingen door medewerkers van
het vastgoedbedrijf zorgen voor het juiste aanbod. En door met het j uiste aanbod op
de markt te komen geeft het vastgoedbedrijf zijn bestaansrecht aan. Het vastgoed is
slechts het ruwe product dat aansluiting dient te vinden op een steeds veranderende
markt. Deze aansluiting wordt gecreëerd door de kantoor huren op de Amsterdamse Zuidas mensen van het vastgoedbedrijf,
onder leiding van een manager ( zie figuur 2- 1 ) . Het zijn de mensen die het doen !

Verval van vastgoed: een generiek model

Verval van vastgoed: een generiek model
In de bedrijfsruimte huren in Rotterdam volgende figuren presenteren we een generiek model dat het kantoorpand huren zwolle verval van vastgoed beschrijft. Het is voornamelijk gebaseerd op de ideeën van Niels Prak en Hugo Prie- mus, die in de jaren tachtig zijn ontwikkeld. In het model staan de volgende actoren centraal: – de huurder of gebruiker van het vastgoed; – de verhuurder van het vastgoed; – de overheid.
Het vastgoedcomplex brengt de relatie tussen de huurder en de verhuurder tot stand. Via het vastgoed zijn zij onlosmakelijk met elkaar verbonden. Het vervalmodel is in figuur 1-8 schematisch weergegeven.
De huurder oefent een vraag naar vastgoed uit. De  bedrijfsruimte te huur in Amsterdam verhuurder levert het aanbod van vastgoed. Economische, demografische en technische ontwikkelingen zijn van invloed op de vraag- en aanbodverhouding op de vastgoedmarkt. Als het economisch goed gaat is de kantoor huren in Arnhem vraag naar vastgoed hoog. Demografische factoren – zoals de vergrijzing – zorgen dat de vraag naar seniorenwoningen, appartementen en gelijkvloerse bungalows toeneemt. Daarnaast zijn technische ontwikkelingen van invloed op de vraag en het aanbod van vastgoed. Nieuwe vastgoedobjecten, voorzien van de nieuwste technologische toepassingen, kunnen de vraag naar bestaande vastgoedobjecten doen afnemen. De overheid heeft hierop een grote invloed, doordat zij de regels van het spel

Zekerheid bestaat niet

Zekerheid bestaat niet

VASTGOEDMANAGEMENT
Eigenlijk moet deze hoofdwet anders worden geformuleerd, namelijk preciezer:
hoe hoger het bedrijfspand huren Zwolle potentiële rendement, hoe hoger het potentiële verlies. Beleggen
gaat over kansen, niet over zekerheden, over statistiek dus. En statistiek
gaat over grote aantallen. Een mooie illustratie werd pas gegeven in een van
de bedrijfsruimte huren in Rotterdam opgaven van de Wetenschapsquiz 1 997. Die luidde als volgt: u hebt in een
quiz 1 . 000 gulden gewonnen. U mag het geld mee naar huis nemen of inzetten
in het bekende kop-of-muntspel. Bij kop wordt het bedrag verdubbeld. Bij
munt krijgt u maar de helft. Wat is de juiste statistische redenering? Het juiste
antwoord, zo stelde NWO, de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk
Onderzoek, is dat u de gok moet wagen. De redenering is als volgt. Volgens de
statistiek is de winstverwachting kans maal opbrengst. Dus als u niet gokt,
is uw winstverwachting 1 00% x 1 . 000 is 1 . 000 gulden. Als u wel gokt is uw
winstverwachting (50% x 2. 000) + (50% x 500) is 1 . 250 gulden. U moet dus
gokken. Dat antwoord is statistisch gezien volkomen juist. Waarom voelt het kantoor huren Amsterdam
dan toch niet lekker? Dat komt omdat u een zeer reële kans hebt om, als u gokt,
de helft van uw geld te verliezen. Toch zegt statistiek dat uw winstverwachting
bij gokken hoger wordt. Maar statistiek geldt voor grote aantallen. Dat betekent
dat dit de juiste strategie is voor een grote groep gokkers die de opbrengst
samen delen. Naarmate de groep groter wordt, zal de kans dat de gemiddelde
opbrengst per gokker 1 . 250 gulden wordt tot bijna 100% stijgen. Als u het spelletje
een keer individueel speelt, gaat de vlieger niet op. U hebt 50% kans om
500 gulden te verliezen en u hebt ook 50% kans om 1 . 000 gulden extra te winnen.
Dat is alles. Statistiek gaat over grote aantallen, grote groepen, lange tijd.
En dat moet u nooit uit het oog verliezen als u gaat beleggen. In advertenties
die de zegeningen van het beleggen in aandelen bezingen, kom t vaak een zin
voor als “het rendement op aandelen is de afgelopen 20 jaar gemiddeld 15%
geweest, veel hoger dan op de spaarrekening’; waarbij de percen tages kunnen
variëren afhankelijk van de bedoelde aandelen. Dat is volkomen waar. Maar
de zin wordt vaak gebruikt om te suggereren dat aandelen voor iedereen, en
altijd, een goede belegging zijn. Maar niet ieder aandeel is gemiddeld zo veel
gestegen. Een gemiddelde is een sta tistische grootheid. Zij is slechts van mogelijk
belang voor een belegger die zijn geld voor minstens 20 jaar vastzet en die
in alle aandelen belegt. Zelfs dan kan hij nog niet op 15% rendement rekenen,
wan t statistiek voorspelt kansen, geen zekerheden. Bovendien is de kans dat
de geschiedenis zich herhaalt onbekend. En als uw beleggingshorizon korter is
dan 20 jaar hebt u nog minder aan dit gegeven. Slech ts twee zaken staan vast.
Het gemiddelde rendement op aandelen is in het verleden hoger geweest dan
het winkelpand huren arnhem gemiddelde rendement op een spaarrekening. En aandelen hebben sterker
gefluctueerd dan de rente. Daaruit volgt dat de kans op een hoog rendement
bij een belegging in aandelen groter is dan bij een spaarrekening. En daar
komt de eerste hoofdwet van beleggen vandaan. Alle algemene opvattingen
over het risicoprofiel van verschillende soorten beleggingen zijn op statistische
en historische gegevens gebaseerd, op het verleden dus, en op kansen. Pas als
u zich dat volkomen realiseert, hebt u er wat aan, anders leidt het maar tot
VASTGOED IN EXPLOITATIE: EEN ALGEMEEN BEGRIPPENKADER 1.5.5
schijnzekerheid. Statistiek is maar een van de hulpmiddelen om een beleggingsstrategie
op te baseren.

TRANSPARANTIE

TRANSPARANTIE
Over het algemeen kunnen alle marktpartijen goed inzicht verkrijgen in de  bedrijfsruimte huren in Rotterdam relevante gegevens van de markt. Veel beleggers en huurders staan toe dat details van nieuwe huurovereenkomsten openbaar worden gemaakt: circa 90% van alle transacties wordt gepubliceerd.  De transparantie van de Nederlandse vastgoedmarkt is vergelijkbaar met die van  bedrijfspand huren Zwolle andere West- Europese landen. Spanje en Italië hebben een veel minder transparante vastgoedmarkt. Ook de koop- en verkoopmarkt is transparant, de details van individuele (beleggings)transacties zijn relatief eenvoudig te achterhalen. Diverse organisaties publiceren periodiek transactiegegevens. Bij het interpreteren van gepubliceerde gegevens is enige voorzichtigheid geboden, omdat definities van enkele sleutelbegrippen kunnen verschillen. Zo kan een makelaarskantoor bijvoorbeeld alleen huurtransacties vanaf 500 m2 verhuurbaar vloeroppervlak meenemen in de analyse, terwijl in een bepaalde publicatie alle transacties meetellen. Of zo publiceert een vastgoedbank bijvoorbeeld jaarlijks alle koopen verkooptransacties, terwijl een groot makelaarskantoor alleen transacties tussen professionele vastgoedbeleg- gers in het  kantoor huren amsterdam kantoor huren amsterdam marktrapport opneemt. Ten slotte wordt opgemerkt dat vooral makelaarskantoren zich vaak baseren op transacties waarbij zij zelf een rol hebben gespeeld. Deze transacties hoeven niet altijd een representatief beeld te geven van de  winkelpand huren arnhem totale markt. Zeker in de wat minder grote deelmarkten kan één grote transactie snel een vertekend beeld geven.

taxateurs

taxateurs

Alleen taxateurs die voldoen aan de  bedrijfsruimte huren in Rotterdam vakbekwaamheidseisen die de minister heeft geformuleerd, mogen worden ingezet voor waardebepaling in het kader van de  kantoorpand huren zwolle   WOZ. Deze eisen komen grotendeels overeen met de eisen die in het algemeen aan beëdigde taxateurs en makelaars van onroerende zaken worden gesteld. De kantoor huren op de Amsterdamse Zuidas   WOZ-taxateur dient echter ook bewezen kennis te hebben van onderwerpen die specifiek zijn voor de Wet WOZ. De Waarderingskamer heeft toetsingscriteria ontwikkeld op basis waarvan een examen kan worden afgelegd. Eens per vier jaar wordt de WOZ-waarde van een onroerende zaak vastgesteld in de vorm van een ‘voor bezwaar vatbare beschikking’ van de goedkoop bedrijfpand huren in Arnhem  gemeente. In eerste instantie kan bij de gemeente bezwaar worden aangetekend. Indien men het niet eens is met de uitspraak van de gemeente op het bezwaar, kan beroep worden ingesteld bij de belastingrechter. De vastgestelde waarde geldt in beginsel voor de gehele periode van vier jaar, er kan derhalve ook maar eens per vier jaar bezwaar worden gemaakt tegen de beschikking12. Ook bij de verschillende belastingaanslagen kan de hoogte van de waarde niet meer worden betwist kantoor huren op de Amsterdamse Zuidas

Consequenties voor het ontwerp

Consequenties voor het ontwerp

bedrijfsruimte te huur in Amsterdam

Ontwikkelingen wettelijke randvoorwaarden
Ten aanzien van de wettelijke kaders waarbinnen kantoorgebouwen worden ontwikkeld, zijn de volgende trends te onderkennen.
• De wetgeving in Nederland voor arbeidsomstandigheden in kantoren versoepelt. Eisen met betrekking tot de kantoorpand huren zwolle minimale vloeroppervlakte van een werkplek, daglicht en uitzicht kunnen vrijer geïnterpreteerd gaan worden. • Door de komende afstemming van wetgeving in het bedrijfsruimte huren in Rotterdam  kader van de Europese eenwording verdwijnen, op langere termijn, specifieke verworvenheden op nationaal niveau. • Internationalisering leidt ertoe dat particuliere organisaties, en ook overheden, steeds meer een “grote gemene deler’ als maatlat gebruiken dan specifieke randvoorwaarden en normen. Met name de Angelsaksische landen laten zich in hun uitgangspunten veel meer leiden door kostenoverwegingen dan West-Europese landen.

NIEUWE KANTOORCONCEPTEN
Deze ontwikkelingen worden geremd door het culturele aspect. Britse of Amerikaanse uitgangspunten voor de vormgeving van de werkomgeving zijn op dit moment binnen bijvoorbeeld Franse of Duitse organisaties (nog) ondenkbaar. De vraag is op welke termijn en in welke mate wensen en verwachtingen op het  bedrijfsruimte huren in Rotterdam gebied van samenwerken, hiërarchie, territorialiteit en ‘corporate identity’ op internationaal niveau vergelijkbaar worden. 5.5.2 Ontwerp en maatvoering
Innovatieve kantoorconcepten zoals het kloosterkantoor of combikantoor hebben de volgende consequenties voor de maatvoering: • Door toename van gedeeld werkplekgebruik worden kantoorwerkplek- ken meer uitwisselbaar en daarmee gelijkwaardiger ten aanzien van vloeroppervlakte, ruimtelijke kwaliteit en faciliteiten op het gebied van telematica. • Door introductie van meer verschillende gebieden (zones) in het kantoor ontstaat er een grotere spreiding van functies over de diepte van het kantoorgebouw (de travee). Groepskantoren worden gecombineerd met (kleine) werkkamers. De middenzone wordt niet alleen gebruikt als gang, maar ook als overlegruimte, ruimte voor pantry en repro en voor archief. De maatvoering die tot dusver bij uitstek als ‘marktconform’ beschouwd werd, 5,40 m (kamerkantoor) – 1,80 m (gangzone) – 5,40 m (kamerkantoor), krijgt hierbij een goed alternatief in de vorm van bijvoorbeeld 5,40 m (kamerkantoor) – 1,80 m (gangzone) – 7,20 m (groepskantoor).
Figuur 5.8: Stramienmaat l,20m als alternatief voor stramienmaat l,80m

COMMERCIEEL VASTGOED
• De introductie van nieuwe ruimtes als ‘kloostercellen’ noopt tot opnieuw nadenken over de maatvoering in de gevel (het stramien). Een kloostercel met een breedte van 1,80 m kan als ‘krap’ worden ervaren. Een opstelmogelijkheid voor binnenwanden per 1,20 m, waarmee zowel ruimtes met een breedte van 2,40 m als 3,60 m kunnen worden gemaakt, zou hierdoor aantrekkelijker kunnen worden Bedenk hierbij echter wel, dat plafonds, verlichting en klimaatinstallaties op de nieuwe maatvoering afgestemd moeten zijn. 5.5.3 Ontwerp en installatietechniek
De grotere mobiliteit van activiteiten door het kantoor heeft tot gevolg dat de warmtelasten wat plaats en tijdstip in het kantoor betreft, meer zullen variëren dan in de ‘traditionele’ situatie. Daarbij wordt ook nog eens een grotere flexibiliteit van indelingen gevraagd. Dit heeft tot gevolg dat koelen ventilatiesystemen modulair van opbouw moeten zijn. Er moet rekening worden gehouden met de nodige overcapaciteit. Meer specifiek is door een toename van activiteiten in het middendeel van het kantoor een ‘derde installatiezone’ noodzakelijk. Het ontwerp van innovatieve werkomgevingen laat veelal een grote mate van transparantie (glazen wanden) gepaard gaan met hoge eisen ten aanzien van flexibiliteit. In combinatie met de strenge comforteisen leidt dit tot een basisinstallatie met een hoge kwaliteit en navenant hoge kosten. De normale afschrijfperiode voor klimaatinstallaties is 15 jaar. Binnen dit tijdsbestek zal de kantooromgeving meerdere malen van indeling wijzigen. Dit is een extra reden voor een modulaire opzet van de klimaatinstallatie. 5.5.4 Ontwerp en ICT In de bedrijfsruimte te huur in Amsterdam  voorgaande paragrafen is duidelijk geworden dat niet ICT op zich, maar de daardoor veranderende werkwijze van organisaties aanleiding is tot het aanpassen van het ontwerp van het kantoor. Hier wordt ingegaan in op de consequenties van ICT ‘in engere zin’. •
• Hoewel de mogelijkheden van draadloze netwerken snel toenemen, kiezen veel organisaties nog steeds voor een bekabeld netwerk. Dit komt doordat het aantal verschillende toepassingen en de ‘zwaarte’ van de software evenredig snel toenemen. Gebouwgebonden infrastructuur voor bekabeling is steeds beter voorbereid op mogelijke veranderingen van de indeling van het kantoor. De praktijk toont benutting van de ruimte boven plafonds, toepassing van een beperkt verhoogde vloer (vast of demontabel) of het realiseren van kabelgoten langs de gevel.

NIEUWE KANTOORCONCEPTEN
• Meubilair gaat voor een deel de distributiefunctie van ICT-netwerken ovememen van het gebouw. Nieuwe meubelsystemen zijn voorzien van kabelgoten en geïntegreerde insteekpunten voor (draagbare) computers. De afschrijfperiode voor meubilair bedraagt circa vijf jaar. Dit zorgt ervoor dat meubelsystemen, in tegenstelling tot kantoorgebouwen en interieurs, een hoog tempo kennen als het gaat om vervanging en innovatie. • Hoewel apparatuur in afnemende mate warmte produceert, blijven extra klimaattechnische voorzieningen noodzakelijk voor serverruim- tes, schakelkasten en dergelijke. 5.5.5 Kantoorobjecten anders gewaardeerd
De hiervoor geschetste ontwikkelingen hebben tot gevolg dat kantoorobjecten in de toekomst anders zullen worden gewaardeerd. Uit de combinatie van trends ontstaat het volgende beeld: • Kantoorinnovatie stelt enerzijds eisen aan de maatvoering en de klimaatinstallatie van kantoorgebouwen, maar creëert anderzijds vrijheden met betrekking tot de ruimtelijke indeling en inrichting van het kantoor. Hierdoor kunnen traditioneel minder courante gebouwen anders worden gewaardeerd. Zeker diepere kantoorgebouwen zouden kunnen voorzien in een behoefte. • Door de stormachtige ontwikkelingen op het gebied van ICT komt kantoorwerk los te staan van tijd en plaats. De opkomst van telewerken en hotelkantoren plaatst gebouwen op tot dusver incourant geachte locaties in een ander daglicht. • Hoewel veel organisaties de thuiswerkplek (nog) niet tot hun verantwoordelijkheid rekenen, zal het fenomeen thuiswerken toenemen onder invloed van de mobiliteitsproblematiek, de toename van de autonomie van de ‘kenniswerker’, de afname van het gemiddeld aantal bewoners per huis en de toename van de kwaliteit van de woningvoorraad. Kantoren veranderen hierdoor in brandpunten van ontmoeting en overleg. • Meubelleveranciers hebben zich inmiddels toegelegd op het leveren van complete inrichtingsconcepten. Een aantal functies die voorheen aan het  kantoor huren in Arnhem gebouw gebonden waren, worden nu door de inrichting vervuld (werkplekverlichting, infrastructuur ten behoeve van ICT). Deze trend wordt ondersteund door het beschikbaar komen van achteraf monteerbare systemen voor verhoogde vloeren. Deze systemen hebben een geringe hoogte, waardoor de beschikbare vrije verdiepinghoogte niet te sterk wordt gereduceerd. Overigens beweegt de technologische ontwikkeling zich in de richting van draadloze systemen voor ICT op de werkplek.