Tagarchief: kantoor huren Amsterdam

Model soorten

Model soorten

in het bedrijfspand te huur in Zwolle model staat de exploitatierekening van de verhuurder centraal. Deze is de verbindende schakel tussen verhuurder, huurder en het vastgoedobject. Wijzigingen aan de huurderszijde worden geregistreerd via dalende of stijgende huuropbrengsten. Wijzigingen aan de in Den Haag is flexibele kantoorruimte te huur, zijde van de verhuurder en het vastgoed komen tot uiting op de kostenzijde van de verlies- en winstrekening.
De vervalspiraal van het vastgoed is op te delen in drie deelspiralen, die door de rechthoeken in het model zijn weergegeven:
A. financieel-fysieke spiraal;
B. sociaal-fysieke spiraal;
C. financieel-sociale spiraal.
Ad. A: Financieel-fysieke spiraal
In figuur 1-9 is het financieel-fysieke vervalproces schematisch weergegeven.
Het financieel-fysieke vervalproces van vastgoed start vaak op het moment dat de verhuurder zich genoodzaakt voelt de onderhoudsuitgaven te verlagen. De onderhouds- beperking heeft in eerste instantie vooral betrekking op het  kantoor huren Amsterdam planmatige onderhoud. Beperking van het onderhoud leidt bij het vastgoedobject tot een toename van het achterstallige onderhoud. Hierdoor daalt de kwaliteit van de aangeboden vastgoed- diensten. De huisvesting voldoet niet meer aan de wensen van de huurder, waardoor deze op zoek gaat naar alternatieve huisvesting. Of hij zal een lagere huurprijs bedingen bij verlenging van een aflopend huurcontract. Ondanks de lagere uitgaven voor
planmatig onderhoud wordt de verhuurder geconfronteerd met hogere beheerkosten als gevolg van een toename van het kantoor te huur Arnhem klachtenonderhoud en dalende opbrengsten als gevolg van leegstand. Hierdoor ontstaat een financieel onrendabele exploitatie. Gezien de dalende kwaliteit van de vastgoeddiensten kan deze niet via hogere opbrengsten rendabel worden gemaakt. De beheerder ziet zich genoodzaakt verder in de kosten te snijden om de exploitatie rendabeler te maken. Hierdoor krijgt de financieel-fysieke vervalspiraal een nieuwe impuls

 

 

 

De economische levensduur is de bedrijfspand te huur in Zwolle periode waarin het vastgoed zijn functie vervult (wordt geëxploiteerd). De economische waarde is, al naar gelang de functie van het vastgoed, de productiewaarde, afzetwaarde, productwaarde of consumptiewaarde over de in Den Haag is flexibele kantoorruimte te huur economische levensduur. Aan het einde van de levensduur heeft vastgoed een restwaarde, die zowel positief als negatief kan zijn.
De bepaling van de economische waarde in geld is afhankelijk van de waarderingsgrondslag. Mogelijke grondslagen zijn:


– historische waarde: oorspronkelijke aanschafprijs minus de gerealiseerde afschrijvingen, bijvoorbeeld sociale huurwoningen;
– vervangingswaarde: actuele aanschafprijs met gelijke waarde in het bedrijfsproces, bijvoorbeeld vastgoed als productie- of afzetmiddel;
– opbrengstwaarde: actuele verkoopprijs minus kosten, bijvoorbeeld verkoop vastgoed;
– bedrijfswaarde: netto-opbrengstwaarde over de levensduur toe te rekenen aan het vastgoed (Contante Waardemethode), bijvoorbeeld commerciële verhuur.
Afgezien van alle regelgeving, heeft de keuze van de grondslag bedrijfseconomisch gezien op de kantoor huren Amsterdam eerste plaats te maken met de externe en interne functies van het vastgoed: waarde bij verkoop, waarde bij executie, waarde bij verhuur, restwaarde bij sloop, de productiewaarde, de afzetwaarde, de beleggingswaarde, enz.
Bij het bepalen van de economische waarde speelt ook de mate van technische veroudering, de onderhoudsbehoefte, een rol. Deze wordt doorgaans begroot in een meerjarenplanning. Op kantoor te huur Arnhem korte termijn vormen de onderhoudsuitgaven een onderdeel van de kostprijs, op de lange termijn kan voor substantiële onderhoudsplannen een voorziening worden getroffen.
Behoefte en vraag zijn dus – in tegenstelling tot de aard van vastgoed – dynamisch. Hierdoor veranderen mettertijd de gebruikswaarde, de economische levensduur en de restwaarde. Soms is dat een levensduurverlenging en/of waardestijging, maar vaak zien we een levensduurverkorting en/of waardedaling. De verandering van de economische waarde en de levensduur vormt hét risico dan wel het speculatieve aspect van vastgoed.

Zekerheid bestaat niet

Zekerheid bestaat niet

VASTGOEDMANAGEMENT
Eigenlijk moet deze hoofdwet anders worden geformuleerd, namelijk preciezer:
hoe hoger het bedrijfspand huren Zwolle potentiële rendement, hoe hoger het potentiële verlies. Beleggen
gaat over kansen, niet over zekerheden, over statistiek dus. En statistiek
gaat over grote aantallen. Een mooie illustratie werd pas gegeven in een van
de bedrijfsruimte huren in Rotterdam opgaven van de Wetenschapsquiz 1 997. Die luidde als volgt: u hebt in een
quiz 1 . 000 gulden gewonnen. U mag het geld mee naar huis nemen of inzetten
in het bekende kop-of-muntspel. Bij kop wordt het bedrag verdubbeld. Bij
munt krijgt u maar de helft. Wat is de juiste statistische redenering? Het juiste
antwoord, zo stelde NWO, de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk
Onderzoek, is dat u de gok moet wagen. De redenering is als volgt. Volgens de
statistiek is de winstverwachting kans maal opbrengst. Dus als u niet gokt,
is uw winstverwachting 1 00% x 1 . 000 is 1 . 000 gulden. Als u wel gokt is uw
winstverwachting (50% x 2. 000) + (50% x 500) is 1 . 250 gulden. U moet dus
gokken. Dat antwoord is statistisch gezien volkomen juist. Waarom voelt het kantoor huren Amsterdam
dan toch niet lekker? Dat komt omdat u een zeer reële kans hebt om, als u gokt,
de helft van uw geld te verliezen. Toch zegt statistiek dat uw winstverwachting
bij gokken hoger wordt. Maar statistiek geldt voor grote aantallen. Dat betekent
dat dit de juiste strategie is voor een grote groep gokkers die de opbrengst
samen delen. Naarmate de groep groter wordt, zal de kans dat de gemiddelde
opbrengst per gokker 1 . 250 gulden wordt tot bijna 100% stijgen. Als u het spelletje
een keer individueel speelt, gaat de vlieger niet op. U hebt 50% kans om
500 gulden te verliezen en u hebt ook 50% kans om 1 . 000 gulden extra te winnen.
Dat is alles. Statistiek gaat over grote aantallen, grote groepen, lange tijd.
En dat moet u nooit uit het oog verliezen als u gaat beleggen. In advertenties
die de zegeningen van het beleggen in aandelen bezingen, kom t vaak een zin
voor als “het rendement op aandelen is de afgelopen 20 jaar gemiddeld 15%
geweest, veel hoger dan op de spaarrekening’; waarbij de percen tages kunnen
variëren afhankelijk van de bedoelde aandelen. Dat is volkomen waar. Maar
de zin wordt vaak gebruikt om te suggereren dat aandelen voor iedereen, en
altijd, een goede belegging zijn. Maar niet ieder aandeel is gemiddeld zo veel
gestegen. Een gemiddelde is een sta tistische grootheid. Zij is slechts van mogelijk
belang voor een belegger die zijn geld voor minstens 20 jaar vastzet en die
in alle aandelen belegt. Zelfs dan kan hij nog niet op 15% rendement rekenen,
wan t statistiek voorspelt kansen, geen zekerheden. Bovendien is de kans dat
de geschiedenis zich herhaalt onbekend. En als uw beleggingshorizon korter is
dan 20 jaar hebt u nog minder aan dit gegeven. Slech ts twee zaken staan vast.
Het gemiddelde rendement op aandelen is in het verleden hoger geweest dan
het winkelpand huren arnhem gemiddelde rendement op een spaarrekening. En aandelen hebben sterker
gefluctueerd dan de rente. Daaruit volgt dat de kans op een hoog rendement
bij een belegging in aandelen groter is dan bij een spaarrekening. En daar
komt de eerste hoofdwet van beleggen vandaan. Alle algemene opvattingen
over het risicoprofiel van verschillende soorten beleggingen zijn op statistische
en historische gegevens gebaseerd, op het verleden dus, en op kansen. Pas als
u zich dat volkomen realiseert, hebt u er wat aan, anders leidt het maar tot
VASTGOED IN EXPLOITATIE: EEN ALGEMEEN BEGRIPPENKADER 1.5.5
schijnzekerheid. Statistiek is maar een van de hulpmiddelen om een beleggingsstrategie
op te baseren.

TRANSPARANTIE

TRANSPARANTIE
Over het algemeen kunnen alle marktpartijen goed inzicht verkrijgen in de  bedrijfsruimte huren in Rotterdam relevante gegevens van de markt. Veel beleggers en huurders staan toe dat details van nieuwe huurovereenkomsten openbaar worden gemaakt: circa 90% van alle transacties wordt gepubliceerd.  De transparantie van de Nederlandse vastgoedmarkt is vergelijkbaar met die van  bedrijfspand huren Zwolle andere West- Europese landen. Spanje en Italië hebben een veel minder transparante vastgoedmarkt. Ook de koop- en verkoopmarkt is transparant, de details van individuele (beleggings)transacties zijn relatief eenvoudig te achterhalen. Diverse organisaties publiceren periodiek transactiegegevens. Bij het interpreteren van gepubliceerde gegevens is enige voorzichtigheid geboden, omdat definities van enkele sleutelbegrippen kunnen verschillen. Zo kan een makelaarskantoor bijvoorbeeld alleen huurtransacties vanaf 500 m2 verhuurbaar vloeroppervlak meenemen in de analyse, terwijl in een bepaalde publicatie alle transacties meetellen. Of zo publiceert een vastgoedbank bijvoorbeeld jaarlijks alle koopen verkooptransacties, terwijl een groot makelaarskantoor alleen transacties tussen professionele vastgoedbeleg- gers in het  kantoor huren amsterdam kantoor huren amsterdam marktrapport opneemt. Ten slotte wordt opgemerkt dat vooral makelaarskantoren zich vaak baseren op transacties waarbij zij zelf een rol hebben gespeeld. Deze transacties hoeven niet altijd een representatief beeld te geven van de  winkelpand huren arnhem totale markt. Zeker in de wat minder grote deelmarkten kan één grote transactie snel een vertekend beeld geven.

De waarde van een belegging varieert in de tijd.

DE VASTGOEDMARKT

Belegging ‘A’ heeft een hoger risico dan belegging ‘ B ‘ , terwijl het rendement van beide beleggingen gelijk is. De vraag naar ‘A’ is dan nihil. De aanschafprijs van ‘A’ zal dalen tot het verwachte rendement gelijk is aan dat van ‘B’. De vraag naar ‘C’ is hoger dan die naar ‘B’. Bij een gelijk risico is het rendement immers hoger. Door de sterke vraag stijgt de aanschafprijs, waardoor het rendement daalt.

kantoor huren Rotterdam
kantoor huren Rotterdam

De waarde van een belegging varieert in de tijd. Deze variatie loopt bij ver­ schillende beleggingscategorieën maar in beperkte mate parallel: IT-bedrij­ ven, olieproducenten, transportondernemingen, bierproducenten, obligaties, vastgoed, etc., reageren verschillend op veranderingen in het economisch klimaat zoals kantoor huren in Rotterdam. Bij een goede zomer gaat het goed met de aandelen van ijs­ producenten, bij een slechte zomer doen de reisorganisaties goede zaken. Door te beleggen in verschillende categorieën (diversificatie), wordt het risico van de totale ‘beleggingsportefeuille’ verkleind.

Een vastgoedbelegging heeft een aantal specifieke eigenschappen van andere beleggingsmogelijkheden, die het voor de meeste beleggers interessant maken om, naast een aantal andere beleggingen, ook vastgoedbeleggingen in hun portefeuille op te nemen, denk aan bedrijfsruimte huren Zwolle. Hierna volgen de belangrijkste positieve eigenschappen:

Door periodieke huurinkomsten is sprake van een relatief langdurige, stabiele en zekere inkomstenstroom. Huurinkomsten zijn in de meeste gevallen geïndexeerd, het risico van inflatie is hiermee afgedekt.

De waarde van vastgoed varieert in hoge mate onafhankelijk van de waarde van andere beleggingen. Een maat voor het risico van een belegging is de (historische) variantie van de waarde.

Het risico of de variantie van een portefeuille van verschillende beleggingen is echter niet gelijk aan het gewogen gemiddelde van de individuele variaties.

COMMERCIEEL VASTGOED

DIRECT EN INDIRECT BELEGGEN IN VASTGOED

Er kan zowel direct als indirect in vastgoed worden belegd. In het eerste geval is de belegger eigenaar van een bepaald object en heeft deze zeg­ genschap over acquisitie, verkoop en beheer.

Zoals gezegd, is de verhandelbaarheid van vastgoedobjecten, zeker in vergelijking met beleggingen in aandelen en andere roerende zaken, gering. Daarnaast vereist het beheer van een directe vastgoedbelegging zoals kantoor huren Amsterdam, relatief veel aandacht en specifieke kennis en kunde. Zo moeten geschikte objecten worden verworven, huurders worden gevonden, huurpenningen worden geïnd en groot onderhoud worden gepleegd. Ten slotte is de waarde van een vastgoedobject vele malen hoger dan die van een aandeel of obligatie. Ondanks de eerder vermelde toegevoegde waarde van vastgoedbeleggingen voor een beleggingsportefeuille, vormen deze eigenschappen een grote drempel voor het beleggen in vastgoed.

Deze drempel wordt fors verlaagd door indirect in vastgoed te beleggen, bijvoorbeeld door aandelen te kopen van (= te beleggen in) een onroerend­ goedbeleggingsmaatschappij (ogb). De ogb is verantwoordelijk voor de acquisitie en het administratieve, financiële en technische beheer van ver­ schillende vastgoedobjecten. Vanaf het begin van de jaren negentig is nationaal en internationaal een groot aantal vastgoedfondsen naar de beurs gebracht en toegankelijk gemaakt voor de beleggers.

Door de schaal waarop deze gespecialiseerde maatschappijen opereren, is ruimte voor vastgoedspecifieke kennis en kunde en professioneel manage­ ment. De indirecte belegger kan hier met een relatief geringe investering in aandelen van profiteren. Aandelen in de grote ogb’s zijn beursgenoteerd en daardoor zeer ‘liquide’ (eenvoudig verhandelbaar). Ook de, in vergelijking met de transactiekosten van gehele objecten, lage transactiekosten van aan­ delen dragen bij tot een betere verhandelbaarheid.

Tegenover deze voordelen staan ook weer nadelen. Zo is de invloed op het acquisitie- en exploitatiebeleid bij indirecte beleggingen van bedrijfsruimte huren Arnhem sterk verminderd. Daarnaast volgen de koersen van ogb’s meer de koers van de algemene aandelenmarkt dan de waarde van directe vastgoedbeleggingen. Hiermee wordt één van de belangrijkste argumenten om te beleggen in vastgoed, te weten risicospreiding door diversificatie, gedeeltelijk tenietgedaan.

Een vergelijkbare, en in de vastgoedliteratuur veel aangehaalde, structuur in de Angelsaksische wereld is de zogenaamde Real Estate Investment Trust (REIT). In 1993 heeft in de Verenigde Staten de zogenaamde ‘REIT-boom’ plaatsgevonden: in dat jaar verkregen 74 vastgoedfondsen een beursnotering.