Tagarchief: kantoor huren in amsterdam

grenzen van reciprociteit

grenzen van reciprociteit

Natuurlijk zijn er grenzen aan het kantoorpand huren in Rotterdam werken op basis van reciprociteit. Bijvoorbeeld wanneer er geen wederzijds begrip meer is of de kantoorruimte huren in Zwolle samenwerking grenst aan altruïsme. Geheime samenwerkingsovereenkomsten – zeker wanneer er sprake is van fraude – zetten samenwerking ook op een dooplopende weg. De vastgoedfraudeaffaires rond Rabo Bouwfonds, Philips Pensioenfonds en Fortis die sinds 2007 aan de oppervlakte zijn gekomen, zijn illustratief voor de toenemende druk op langlopende samenwerkingsverbanden. Dit raakt bovendien niet alleen deze bedrijven, maar werpt ook een smet op de gehele vastgoedwereld. Door de kantoor huren in amsterdam handelingen van slechts enkele individuen raakt de reputatie van veel personen in de vastgoedwereld besmet, zeker nu ook nog eens de betrouwbaarheid van notarissen wankelt naar aanleiding van de vastgoed- fraude. Om de kans op fraude te verkleinen of zelfs te voorkomen geldt bij grote deals altijd het vier ogen principe. Je gaat altijd met zijn tweeën, want er is altijd een getuige nodig om gesjoemel uit te sluiten. Nog niet zo lang geleden was er bovendien de hypotheekfraude, waarbij de winkelpand huren arnhem verdachten met valse werkgeversverklaringen, jaaropgaven en loonstroken – vaak in opdracht van drugscriminelen – hypotheken loskregen bij financiële instellingen voor de aankoop van onroerend goed. Dit is door de hypotheekverstrekkers laat opgemerkt. De auteurs Ferwerda, Staring en De Vries Robbé hebben in hun boek Malafide activiteiten in de vastgoedsector verslag gedaan van hun onderzoek naar malafide exploitatie en speculatie in de vastgoedsector in de vier grote steden. Tijdens het onderzoek spraken de auteurs met tal van lokale en landelijke experts, werden veilingen bezocht en gegevens van het kadaster geanalyseerd. Zij wilden de precieze aard van de malafide activiteiten in de vastgoedsector leren kennen. Welke actoren spelen een rol? Welke mogelijkheden zijn er voor een betere aanpak? Het exploiteren van en speculeren met vastgoed zijn in beginsel volstrekt legitieme en gerespecteerde bezigheden. Ze bieden echter wel allerlei mogelijkheden tot onrechtmatig en crimineel handelen. De exploitatie van vastgoed kent volgens deze auteurs in de vier grote steden verschillende gezichten. In Amsterdam en Utrecht concentreert de problematische exploitatie van panden zich vooral rond illegale onderhuur en malafide woningbemiddelaars, waarbij huurders het slachtoffer kunnen worden van (dreiging met) geweld. Rotterdam en Den Haag beantwoorden meer aan het klassieke beeld van exploitatie, waarin traditionele huisjesmelkers, gemarginaliseerde huurders en illegale vreemdelingen de belangrijkste actoren zijn en er sprake is van overlast, onveiligheid, verkrotting en overbewoning van veelal particuliere panden. Bij speculatie is er minder sprake van een couleur locale. Verschillende actoren – deels afkomstig uit de formele economie – maken in de vier steden gebruik van vergelijkbare constructies en kanalen om met panden te speculeren of geld wit te wassen.

Toezicht van overheidswege

Toezicht van overheidswege
Het staatstoezicht wordt uitgeoefend door de kantoorpand huren in Rotterdam  inspecteur-generaal en de inspecteurs van de volkshuisvesting en heeft betrekking op de handhaving van de wetten en de krachtens die wetten gegeven voorschriften op het gebied van de volkshuisvesting. In de praktijk is veelal alleen het gemeentelijke bouw- en woningtoezicht merkbaar. Zij zijn met name belast met het onderzoeken van de staat van de bedrijfsruimte huren in zwolle   volkshuisvesting in de gemeente en het aangeven van middelen tot verbetering daarvan en het binnen de gemeente uitoefenen van toezicht op de naleving van de bij of krachtens de wet gegeven voorschriften.

OVERIGE JURIDISCHE ASPECTEN

In het op de Woningwet gebaseerde Bouwbesluit worden technische voorschriften gegeven voor het bouwen van woningen, woonwagens, andere gebouwen en voor bouwwerken die geen gebouw zijn. Daarnaast worden voorschriften gegeven omtrent de technische staat waarin deze bouwwerken zich moeten bevinden. De kantoor huren in amsterdam   voorschriften worden gegeven vanuit het oogpunt van: veiligheid, gezondheid, bruikbaarheid en energiezuinigheid. Het Bouwbesluit bevat minimumvoorschriften waaraan een bouwwerk moet voldoen, willen B. en W. voor het bouwen een bouwvergunning verlenen. Deze zijn beperkt tot bouwtechnische voorschriften (voorschriften ten aanzien van constructie en technische voorzieningen) en woon- en inrichtingstechnische voorschriften (voorschriften ten aanzien van afmetingen en oppervlakten van ruimten). 7.6.3 Model Bouwverordening
Elke gemeente in Nederland heeft een bouwverordening vastgesteld. De Woningwet bevat een limitatieve opsomming van de onderwerpen die hierin opgenomen dienen te worden. Het gaat daarbij om stedenbouwkundige voorschriften, gebruiksvoorschriften, administratieve voorschriften en uitvoeringsvoorschriften.
In de bouwverordening kunnen ook voorschriften worden opgenomen van stedenbouwkundige aard. Het gaat daarbij bijvoorbeeld om regels ten aanzien van de  bedrijfspand huren in Arnhem rooilijnen en de plaatsing van bouwwerken ten opzichte van elkaar. De bouwverordening wordt in veel gevallen opgesteld naar het model van de VNG.

Het opstellen van een PvE

bedrijfspand te huur in Rotterdam

 

Het opstellen van een PvE

Zoals in de voorgaande paragrafen is beschreven, worden vorm en inhoud van een PvE sterk bepaald door de positie van de gebruiker. In deze paragraaf wordt een modelmatige beschrijving gepresenteerd van de wijze waarop een PvE voor het kantoor huren rotterdam voorlopig ontwerp (VO) tot stand kan komen. Hierbij wordt uitgegaan van de gebruiker als opdrachtgever. Bij het opstellen van een PvE is zowel inhoudelijke deskundigheid noodzakelijk op het gebied van bouwen en huisvesten, als deskundigheid op het gebied van het begeleiden van processen. Veelal wordt een externe deskundige gevraagd om de totstandkoming van een PvE te begeleiden. Deze is in een aantal gevallen beter in staat de organisatie te beschrijven en ‘harde’ eisen en ‘zachte’ wensen van elkaar te onderscheiden (zie paragraaf 4.5.1). 4.6.1 Hoofduitgangspunten
Voordat begonnen wordt met het daadwerkelijk opstellen van het PvE, moeten de volgende aspecten worden uitgezocht: • De hoofduitgangspunten bij het project. Deze vloeien voort uit het bedrijfsbeleid. Wordt het initiatief voor het project bijvoorbeeld met name ingegeven door ruimtegebrek en moet nieuwe huisvesting vooral snel beschikbaar zijn? Of wil de instelling of onderneming met de huisvesting een nieuwe organisatiestructuur ondersteunen en is een nauwkeurige analyse van de werkprocessen noodzakelijk voordat aanpassingen plaatsvinden? • Externe randvoorwaarden. Dit zijn randvoorwaarden die de omgeving oplegt aan de onderhavige organisatie. Het kan hierbij gaan om bestemmingsplannen of om voorwaarden vanuit de beschikbaarheid van (bedrijfs)huisvesting, maar ook om randvoorwaarden die vanuit de arbeidsmarkt of milieuwetgeving worden gesteld. • De organisatiestructuur van het project. Bepalende gegevens hierbij zijn de omvang en complexiteit van de te huisvesten organisatie, de gewenste doorlooptijd, de totale tijd die de organisatie dient te besteden aan het PvE en de mate waarin de organisatie moet worden betrokken bij de totstandkoming van het PvE. • De technische mogelijkheden. Wanneer nieuwbouw ‘in de groene wei’ wordt beoogd, zijn er in dit opzicht nauwelijks beperkingen. Als echter gestreefd wordt naar herstructurering van beschikbare huisvesting, zijn de technische mogelijkheden gelimiteerd. Veelal worden in het laatste geval een aantal huisvestingsvarianten onderzocht. De minst kostbare variant is in de meeste gevallen ‘minimale bouwkundige aanpassing’, de kostbaarste waarschijnlijk ‘optimale inpassing van bedrijfsprocessen’.

COMMERCIEEL. VASTGOED

4.6.2 Organisatiestructuur Welke organisatiestructuur te verkiezen is, wordt met name bepaald door de omvang en complexiteit van het project en door de mate waarin de organisatie betrokken moet worden bij het opstellen van het PvE. • Enerzijds moet de organisatiestructuur het mogelijk maken dat het management zich kan beraden op de hoofduitgangspunten bij het bedrijfspand te huur in Zwolle project en deze als uitgangspunt kan opleggen aan de organisatie (‘top- down’). • Anderzijds moet de organisatiestructuur garanderen dat de medewerkers van de betreffende organisatie in de gewenste mate betrokken worden bij het project, en dat informatie van de werkvloer in het PvE wordt verwerkt (‘bottom-up’). • Ten slotte moet het PvE-project niet meer beslag op de organisatie leggen dan noodzakelijk. Bij haalbaarheidsonderzoeken is het veelal ongewenst dat de organisatie in vergaande mate betrokken wordt bij bepaalde afwegingen. Pas wanneer een besluit genomen is, wordt de organisatie in ruimere mate betrokken. Bovendien houdt het inschakelen van medewerkers in dat zij voor een bepaalde tijd niet inzetbaar zijn in het bedrijfsproces. De kosten hiervan moeten bij de kosten voor het maken van een PvE worden opgeteld.
Veelal wordt de volgende hiërarchie in overleggroepen aangebracht:
• Stuurgroep Deze verzorgt de inbreng van het beslissingsbevoegde management. De stuurgroep formuleert (hoofd)uitgangspunten, keurt (tussenresultaten goed en geeft toestemming voor de start van een volgende projectfase. • Projectgroep Het uitvoerend management, de projectleider (intern en/of extern) en de voorzitters van de verschillende werkgroepen nemen samen zitting in een projectgroep. Deze groep voert inhoudelijk overleg over de voortgang van het PvE en integreert de resultaten uit de verschillende werkgroepen. • Werkgroep Vanuit de verschillende geledingen van de organisatie worden werkgroepen ingesteld. Elke werkgroep heeft een voorzitter. Werkgroepen kunnen worden benoemd per afdeling of functie, maar ook rondom thema’s, zoals bijvoorbeeld ‘ICT’, ‘Kantoorconcept’ of ‘Arbeidsomstandigheden’. Het kantoor te huur Amsterdam verdient aanbeveling om deskundigen binnen de eigen organisatie een plaats te geven in de betreffende werkgroep. Ook kan in de werkgroepenstructuur de inbreng van medezeggenschapsorganen worden verzorgd. De rol van de werkgroepen kan variëren van het aanwezig zijn van de projectleider bij een eenmalig (groeps)inter

DE GEBRUIKER

view tot aan langdurige betrokkenheid bij het formuleren van een (deel van een) PvE. • Klankbordgroep Vaak is het betrekken van een relevante doorsnede van de organisatie in een aantal werkgroepen onvoldoende om betrokkenheid in brede zin te bewerkstelligen. Daarom wordt bij het bereiken van belangrijke (tussenresultaten in het proces een klankbordgroep in een informatiebijeenkomst op de hoogte gesteld van de voortgang. De samenstelling van de klankbordgroep kan breed zijn, tot aan de gehele te huisvesten organisatie toe. Veelal hebben dergelijke informatiebijeenkomsten een onderhoudend karakter. De interne of externe projectleider kan tevens de rol vervullen van ‘secretaris’ bij het verzamelen en structureren van de informatie uit de verschillende werkgroepen. Ook adviseert hij de projectgroep over te maken keuzes en te stellen prioriteiten.
Stuurgroep Hoofduitgangspunten
Proces-
Figuur 4.6: Organisatiestructuur met werkgroepen, projectgroep en stuurgroep
4.6.3 Het verzamelen van informatie
Voor het verzamelen van informatie zijn meerdere technieken beschikbaar. Uiteraard is een combinatie ervan mogelijk. Zij worden hier gerangschikt in oplopende mate van bewerkelijkheid:
Het doen van een bureaustudie op basis van beschikbare informatie. Het ter plekke observeren van bedrijfsprocessen.

COMMERCIEEL VASTGOED

Het houden van interviews. •  Het houden van werkbijeenkomsten (‘workshops’). • Het uitzetten van een enquête. Het opstellen van een PvE start veelal met het houden van enkele interviews met het management. Wanneer de hoofduitgangspunten zijn bepaald, moet daarna informatie over het bedrijfsproces ‘aan de basis’ worden verzameld. Hiertoe wordt vaak een combinatie van methoden gekozen. Idealiter zou iedere medewerker onderworpen moeten worden aan een vraaggesprek. Omdat hiertoe in de meeste gevallen tijd en middelen ontbreken, wordt een representatieve doorsnede van de organisatie aangewezen voor een interview. Indien gewenst, kan de informatie uit de interviews worden aangevuld (en getoetst!) aan de hand van een breder uitgezette enquête. Werkgroepen verzamelen en structureren informatie in reguliere bijeenkomsten. Dit gebeurt bij voorkeur op basis van uitgangspunten die de projectleider vooraf heeft geformuleerd (‘voorzetmethode’). Op deze manier wordt de discussie binnen kaders geplaatst en moeten afwijkende inzichten worden gemotiveerd. De afstemming van informatie tussen werkgroepen, het genereren van ideeën en het confronteren van de organisatie met (tussen(resultaten vindt bij voorkeur plaats in ‘workshops’. De projectleider stelt vooraf de agenda vast en bepaalt welke gegevens gepresenteerd worden. goedkoop bedrijfpand huren in Arnhem
Het is van belang dat de deelnemers in de verschillende overleggroepen in elke fase van het opstellen van het PvE duidelijk voor ogen hebben wat reeds is vastgesteld en op welke punten nog keuzes moeten worden gemaakt. Dit geldt des te meer voor overleggroepen die incidenteel bij het proces worden betrokken, zoals een klankbordgroep. Het is de taak van de projectleider om het tijdpad en de plaats in het proces te bewaken en alle betrokkenen te informeren over verder te nemen stappen. Ook moeten de communicatie van genomen beslissingen naar de ‘werkvloer’ en de betrokkenheid van de ‘achterban’ bij de werkzaamheden van de verschillende werkgroepen worden gegarandeerd. Veelal kan de ‘achterban’ intensief bij het project worden betrokken door een gebruikersvertegenwoordiger aan te wijzen, die inhoudelijke keuzes en de voortgang van het proces naar de betreffende afdeling of functie communiceert. Deze persoon is bij voorkeur niet een manager die reeds met vele verantwoordelijkheden belast is en die deze taak als een extra corvee ervaart.

DE GEBRUIKER

De doorlooptijd die benodigd is voor het opstellen van een functioneel, ruimtelijk en technisch PvE voor een nieuwbouwproject met een omvang van circa 500 werkplekken, bedraagt 8 a 12 weken. Indien er complicerende factoren zijn, zoals het onderzoeken van mogelijkheden voor hergebruik van (delen van) de huidige beschikbare huisvesting, kan deze doorlooptijd oplopen tot 12 a 16 weken. Bij het opstellen van een PvE moet rekening gehouden worden met het feit dat het voor de betrokken organisatie altijd een ingrijpend en emotioneel beladen proces is. Er zijn veranderingen op komst. De organisatie krijgt een spiegel voorgehouden en veelal stellen vreemde ogen prioriteiten. Een organisatie is gewoonlijk niet gemotiveerd om zich een mening te vormen over de toekomstige huisvesting als er nog andere ontwikkelingen gaande zijn, zoals een reorganisatie of het invoeren van een nieuwe bureaucultuur. Bij voorkeur vindt het opstellen van een PvE voor nieuwe huisvesting plaats nadat deze processen zijn afgerond. Uiteindelijk is het PvE een document van de opdrachtgever. Wat erin staat, moet kunnen rekenen op draagvlak van de organisatie