Tagarchief: kantoor huren rotterdam

Vastgoedmanagementfuncties: praktijkbeschrijvingen

Vastgoedmanagementfuncties: praktijkbeschrijvingen
Als we het kantoor huren rotterdam over management hebben, dan hebben we het ook over de manager ofwel de zakelijk leider. Zakelijk leider van bijvoorbeeld een theater, sportwedstrijden, een verkooporganisatie of een vastgoedbedrijf. Een omvangrijk bedrijf wordt door meerdere managers aangestuurd, bijvoorbeeld een manager vastgoed, een hoofd vastgoed- beheer, een directeur vastgoed en een lid Raad van Toezicht van een woningstichting.


Wanneer we de bedrijfsruimte huren in zwolle inhoud van de functies onderverdeeld naar profit- en non-profit- vastgoedorganisaties nader beschouwen, dan ontstaat het volgende beeld van de werkzaamheden van managers. De functieomschrijvingen zijn ontleend aan personeelsadvertenties uit de bedrijfspand huren in Arnhem diverse dag- en vakbladen. Voor dit hoofdstuk zijn de functieomschrijvingen geanonimiseerd en bewerkt.
Profitvastgoedbedrijven:
– De directeur vastgoedbeheer is eindverantwoordelijk voor het management van de afdelingen verhuur van woningen, bedrijfsruimten en technisch beheer. Hij vormt samen met de kantoor huren amsterdam zuidoost afdelingshoofden een managementteam en geeft op een inspirerende manier leiding aan de medewerkers. Als ‘people manager’ stimuleert hij de medewerkers tot verdere ontwikkeling. Om succesvol te kunnen werken is ruime managementervaring binnen het vastgoedbeheer vereist. De directeur vastgoedbeheer is bekend met de vastgoedmarkt en beschikt over de vaardigheid algemeen beleid om te zetten in praktische procedures. De directeur vastgoedbeheer is een proactieve manager met een sterk commercieel inzicht. Nuchter, ‘hands on’ en gedreven in het vak.
Non-profitvastgoedbedrijf, zoals woningbouwverenigingen, gemeenten, zorginstellingen, enz.:
– de manager vastgoed van een woningcorporatie is primair verantwoordelijk voor het ontwikkelen en uitdragen van visie op het gebied van vastgoedbeheer en -ontwikkeling. Hij is eindverantwoordelijk voor de kantoor huren amsterdam zuidoost voorbereiding en realisatie van projecten op het gebied van nieuwbouw en onderhoud, en het bijbehorende vastgoedinvesteringsplan. Samen met de manager wonen maakt de vastgoedma- nager de vertaalslag van het ondernemingsplan naar het portfoliomanagement. De vastgoedmanager maakt deel uit van het managementteam en beschikt over een bestuurlijke antenne.

RUIMTELIJKE ORDENING OP RIJKSNIVEAU

RUIMTELIJKE ORDENING OP RIJKSNIVEAU

Het rijksbeleid krijgt gestalte in de vorm van planologische kernbeslissingen (PKB’s), die bestaan uit algemene nota’s, structuurschetsen, structuurschema’s en kantoor huren rotterdam  concrete beleidsbeslissingen. Deze plannen doorlopen de planologische kernbeslissingsprocedure uit de WRO. In de afgelopen jaren is dit diverse keren gebeurd (onder andere Vino, Vinex en SVV-II). De PKB onderscheidt zich van ‘gewoon’ beleid door een voorbereiding waarbij eenieder inspraak heeft. Bij de voorbereiding dient de ‘openbare voorbereidingsprocedure’ die in artikel 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht is neergelegd, in acht te worden genomen. Eenieder kan beroep instellen tegen onderdelen van een PKB die uitdrukkelijk aangemerkt zijn als concrete beleidsbeslissingen. Met de eerdergenoemde beleidsbeslissingen wordt op rijksniveau een algemeen kader aangegeven. Een PKB is niet rechtstreeks bindend voor de bedrijfspand huren Zwollen burgers. Provincies, regio’s en gemeenten daarentegen dienen bepalingen in PKB’s die aangemerkt zijn als concrete beleidsbeslissingen, bij het opstellen van hun plannen in acht te nemen.
RUIMTELIJKE ORDENING OP PROVINCIAAL NIVEAU
In de WRO is opgenomen dat Gedeputeerde Staten (GS) de nodige maatregelen nemen ter voorbereiding van het provinciaal beleid inzake ruimtelijke ordening. Het provinciaal beleid is in het algemeen globaal en coördinerend van aard. Voor de verschillende delen van de provincie worden streekplannen opgesteld, waarin de hoofdlijnen van de ruimtelijke ontwikkeling van de provincie worden aangegeven. In de streekplannen worden locaties voor wonen, industrie, recreatie, natuurontwikkeling en landbouw

OVERIGE JURIDISCHE ASPECTEN

neergelegd. Ook zaken als verkeersstructuur en milieubescherming vinden hun plaats in het streekplan. Het streekplan bindt de burgers in beginsel niet rechtstreeks. Het is een programma dat de volgende verschillende functies heeft:
• Beleidsvormend: Het streekplan geeft de hoofdlijnen aan van de toekomstige (ruimtelijke) ontwikkeling van het gebied dat in het plan begrepen is. • Toetsingskader: Het streekplan vormt het beoordelingskader voor GS bij hun besluiten over de goedkeuring van gemeentelijke planologische maatregelen, zoals de besluiten tot vrijstelling van het bestemmingsplan. Indien het (te wijzigen) bestemmingsplan strijdig is met het streekplan, zal de provincie (GS) hieraan niet haar goedkeuring verlenen. Op basis van het streekplan kunnen GS de gemeenteraad verplichten binnen een bepaalde termijn een bestemmingsplan vast te stellen of te herzien. GS kunnen daaromtrent een aanwijzing geven. • Integratie- en coördinatiekader; Het streekplan wordt ook gebruikt om zowel verticaal (Rijk, provincie en gemeenten) als horizontaal (provinciaal beleid op verschillende terreinen) beleid af te stemmen.
Net als voor PKB’s geldt ook voor streekplannen dat bepalingen van het streekplan die als concrete beleidsbeslissingen aangemerkt zijn, bindend zijn voor de lagere overheden en de burgers. Zoals hiervoor kantoorruimte huren Arnhem   reeds vermeld, staat tegen deze beslissingen voor eenieder beroep open. Dit moet plaatsvinden ten aanzien van de direct bindende concrete beleidsbeslissing (artikel 24 WRO), in een later stadium, in het kader van de procedures bij de voorbereiding en vaststelling van een gemeentelijk bestemmingsplan, is beroep niet meer mogelijk.
RUIMTELIJKE ORDENING OP REGIONAAL NIVEAU

Ingevolge de Kaderwet bestuur in verandering zijn in ons land zeven regionale openbare lichamen (ROL’s) ingesteld voor de stedelijke gebieden2 die in de Kaderwet aangewezen zijn. Voor de algemene besturen van deze lichamen geldt de verplichting tot het vaststellen van een regionaal structuurplan. Hierin worden de toekomstige ontwikkelingen van het desbetreffende gebied aangegeven en worden concrete beleidsbeslissingen genomen over de locatie van projecten of voorzieningen van regionaal belang.
2 De regio’s Amsterdam, Rotterdam, Utrecht, Eindhoven, Amhem/Nijmegen, Haaglanden
Vanuit de gemeenten gezien is de invloed van het regionaal structuurplan dan ook groot. Een andere belangrijke taak van het ROL is het adviseren van GS inzake het planologisch toezicht. De ROL’s worden ook betrokken bij het opstellen van een streekplan voorzover dit plan ook betrekking heeft op de desbetreffende regio.
RUIMTELIJKE ORDENING OP GEMEENTELIJK NIVEAU
Het gemeentelijk planologische beleid is een  bedrijfspand huren amsterdam uitvloeisel van het rijks- en provinciaal beleid en krijgt zijn weerslag in structuur- en bestemmingsplannen. In de WRO is geen algemene taakstelling ten aanzien van de gemeente neergelegd. In het Besluit op de ruimtelijke ordening dat aan de wet gekoppeld is, is opgenomen dat het College van B. en W. ten behoeve van een goede ruimtelijke ordening een onderzoek instelt naar de bestaande toestand en de mogelijke wenselijke ontwikkeling van de gemeente. De WRO bepaalt wel dat de gemeenteraad verplicht is voor de gebieden buiten de bebouwde kom bestemmingsplannen vast te stellen. Voor gebieden binnen de bebouwde kom kan dat, maar is dit niet verplicht gesteld. In de praktijk valt inmiddels heel Nederland onder het regime van een bestemmingsplan, zowel binnen als buiten de bebouwde kom

Het opstellen van een PvE

bedrijfspand te huur in Rotterdam

 

Het opstellen van een PvE

Zoals in de voorgaande paragrafen is beschreven, worden vorm en inhoud van een PvE sterk bepaald door de positie van de gebruiker. In deze paragraaf wordt een modelmatige beschrijving gepresenteerd van de wijze waarop een PvE voor het kantoor huren rotterdam voorlopig ontwerp (VO) tot stand kan komen. Hierbij wordt uitgegaan van de gebruiker als opdrachtgever. Bij het opstellen van een PvE is zowel inhoudelijke deskundigheid noodzakelijk op het gebied van bouwen en huisvesten, als deskundigheid op het gebied van het begeleiden van processen. Veelal wordt een externe deskundige gevraagd om de totstandkoming van een PvE te begeleiden. Deze is in een aantal gevallen beter in staat de organisatie te beschrijven en ‘harde’ eisen en ‘zachte’ wensen van elkaar te onderscheiden (zie paragraaf 4.5.1). 4.6.1 Hoofduitgangspunten
Voordat begonnen wordt met het daadwerkelijk opstellen van het PvE, moeten de volgende aspecten worden uitgezocht: • De hoofduitgangspunten bij het project. Deze vloeien voort uit het bedrijfsbeleid. Wordt het initiatief voor het project bijvoorbeeld met name ingegeven door ruimtegebrek en moet nieuwe huisvesting vooral snel beschikbaar zijn? Of wil de instelling of onderneming met de huisvesting een nieuwe organisatiestructuur ondersteunen en is een nauwkeurige analyse van de werkprocessen noodzakelijk voordat aanpassingen plaatsvinden? • Externe randvoorwaarden. Dit zijn randvoorwaarden die de omgeving oplegt aan de onderhavige organisatie. Het kan hierbij gaan om bestemmingsplannen of om voorwaarden vanuit de beschikbaarheid van (bedrijfs)huisvesting, maar ook om randvoorwaarden die vanuit de arbeidsmarkt of milieuwetgeving worden gesteld. • De organisatiestructuur van het project. Bepalende gegevens hierbij zijn de omvang en complexiteit van de te huisvesten organisatie, de gewenste doorlooptijd, de totale tijd die de organisatie dient te besteden aan het PvE en de mate waarin de organisatie moet worden betrokken bij de totstandkoming van het PvE. • De technische mogelijkheden. Wanneer nieuwbouw ‘in de groene wei’ wordt beoogd, zijn er in dit opzicht nauwelijks beperkingen. Als echter gestreefd wordt naar herstructurering van beschikbare huisvesting, zijn de technische mogelijkheden gelimiteerd. Veelal worden in het laatste geval een aantal huisvestingsvarianten onderzocht. De minst kostbare variant is in de meeste gevallen ‘minimale bouwkundige aanpassing’, de kostbaarste waarschijnlijk ‘optimale inpassing van bedrijfsprocessen’.

COMMERCIEEL. VASTGOED

4.6.2 Organisatiestructuur Welke organisatiestructuur te verkiezen is, wordt met name bepaald door de omvang en complexiteit van het project en door de mate waarin de organisatie betrokken moet worden bij het opstellen van het PvE. • Enerzijds moet de organisatiestructuur het mogelijk maken dat het management zich kan beraden op de hoofduitgangspunten bij het bedrijfspand te huur in Zwolle project en deze als uitgangspunt kan opleggen aan de organisatie (‘top- down’). • Anderzijds moet de organisatiestructuur garanderen dat de medewerkers van de betreffende organisatie in de gewenste mate betrokken worden bij het project, en dat informatie van de werkvloer in het PvE wordt verwerkt (‘bottom-up’). • Ten slotte moet het PvE-project niet meer beslag op de organisatie leggen dan noodzakelijk. Bij haalbaarheidsonderzoeken is het veelal ongewenst dat de organisatie in vergaande mate betrokken wordt bij bepaalde afwegingen. Pas wanneer een besluit genomen is, wordt de organisatie in ruimere mate betrokken. Bovendien houdt het inschakelen van medewerkers in dat zij voor een bepaalde tijd niet inzetbaar zijn in het bedrijfsproces. De kosten hiervan moeten bij de kosten voor het maken van een PvE worden opgeteld.
Veelal wordt de volgende hiërarchie in overleggroepen aangebracht:
• Stuurgroep Deze verzorgt de inbreng van het beslissingsbevoegde management. De stuurgroep formuleert (hoofd)uitgangspunten, keurt (tussenresultaten goed en geeft toestemming voor de start van een volgende projectfase. • Projectgroep Het uitvoerend management, de projectleider (intern en/of extern) en de voorzitters van de verschillende werkgroepen nemen samen zitting in een projectgroep. Deze groep voert inhoudelijk overleg over de voortgang van het PvE en integreert de resultaten uit de verschillende werkgroepen. • Werkgroep Vanuit de verschillende geledingen van de organisatie worden werkgroepen ingesteld. Elke werkgroep heeft een voorzitter. Werkgroepen kunnen worden benoemd per afdeling of functie, maar ook rondom thema’s, zoals bijvoorbeeld ‘ICT’, ‘Kantoorconcept’ of ‘Arbeidsomstandigheden’. Het kantoor te huur Amsterdam verdient aanbeveling om deskundigen binnen de eigen organisatie een plaats te geven in de betreffende werkgroep. Ook kan in de werkgroepenstructuur de inbreng van medezeggenschapsorganen worden verzorgd. De rol van de werkgroepen kan variëren van het aanwezig zijn van de projectleider bij een eenmalig (groeps)inter

DE GEBRUIKER

view tot aan langdurige betrokkenheid bij het formuleren van een (deel van een) PvE. • Klankbordgroep Vaak is het betrekken van een relevante doorsnede van de organisatie in een aantal werkgroepen onvoldoende om betrokkenheid in brede zin te bewerkstelligen. Daarom wordt bij het bereiken van belangrijke (tussenresultaten in het proces een klankbordgroep in een informatiebijeenkomst op de hoogte gesteld van de voortgang. De samenstelling van de klankbordgroep kan breed zijn, tot aan de gehele te huisvesten organisatie toe. Veelal hebben dergelijke informatiebijeenkomsten een onderhoudend karakter. De interne of externe projectleider kan tevens de rol vervullen van ‘secretaris’ bij het verzamelen en structureren van de informatie uit de verschillende werkgroepen. Ook adviseert hij de projectgroep over te maken keuzes en te stellen prioriteiten.
Stuurgroep Hoofduitgangspunten
Proces-
Figuur 4.6: Organisatiestructuur met werkgroepen, projectgroep en stuurgroep
4.6.3 Het verzamelen van informatie
Voor het verzamelen van informatie zijn meerdere technieken beschikbaar. Uiteraard is een combinatie ervan mogelijk. Zij worden hier gerangschikt in oplopende mate van bewerkelijkheid:
Het doen van een bureaustudie op basis van beschikbare informatie. Het ter plekke observeren van bedrijfsprocessen.

COMMERCIEEL VASTGOED

Het houden van interviews. •  Het houden van werkbijeenkomsten (‘workshops’). • Het uitzetten van een enquête. Het opstellen van een PvE start veelal met het houden van enkele interviews met het management. Wanneer de hoofduitgangspunten zijn bepaald, moet daarna informatie over het bedrijfsproces ‘aan de basis’ worden verzameld. Hiertoe wordt vaak een combinatie van methoden gekozen. Idealiter zou iedere medewerker onderworpen moeten worden aan een vraaggesprek. Omdat hiertoe in de meeste gevallen tijd en middelen ontbreken, wordt een representatieve doorsnede van de organisatie aangewezen voor een interview. Indien gewenst, kan de informatie uit de interviews worden aangevuld (en getoetst!) aan de hand van een breder uitgezette enquête. Werkgroepen verzamelen en structureren informatie in reguliere bijeenkomsten. Dit gebeurt bij voorkeur op basis van uitgangspunten die de projectleider vooraf heeft geformuleerd (‘voorzetmethode’). Op deze manier wordt de discussie binnen kaders geplaatst en moeten afwijkende inzichten worden gemotiveerd. De afstemming van informatie tussen werkgroepen, het genereren van ideeën en het confronteren van de organisatie met (tussen(resultaten vindt bij voorkeur plaats in ‘workshops’. De projectleider stelt vooraf de agenda vast en bepaalt welke gegevens gepresenteerd worden. goedkoop bedrijfpand huren in Arnhem
Het is van belang dat de deelnemers in de verschillende overleggroepen in elke fase van het opstellen van het PvE duidelijk voor ogen hebben wat reeds is vastgesteld en op welke punten nog keuzes moeten worden gemaakt. Dit geldt des te meer voor overleggroepen die incidenteel bij het proces worden betrokken, zoals een klankbordgroep. Het is de taak van de projectleider om het tijdpad en de plaats in het proces te bewaken en alle betrokkenen te informeren over verder te nemen stappen. Ook moeten de communicatie van genomen beslissingen naar de ‘werkvloer’ en de betrokkenheid van de ‘achterban’ bij de werkzaamheden van de verschillende werkgroepen worden gegarandeerd. Veelal kan de ‘achterban’ intensief bij het project worden betrokken door een gebruikersvertegenwoordiger aan te wijzen, die inhoudelijke keuzes en de voortgang van het proces naar de betreffende afdeling of functie communiceert. Deze persoon is bij voorkeur niet een manager die reeds met vele verantwoordelijkheden belast is en die deze taak als een extra corvee ervaart.

DE GEBRUIKER

De doorlooptijd die benodigd is voor het opstellen van een functioneel, ruimtelijk en technisch PvE voor een nieuwbouwproject met een omvang van circa 500 werkplekken, bedraagt 8 a 12 weken. Indien er complicerende factoren zijn, zoals het onderzoeken van mogelijkheden voor hergebruik van (delen van) de huidige beschikbare huisvesting, kan deze doorlooptijd oplopen tot 12 a 16 weken. Bij het opstellen van een PvE moet rekening gehouden worden met het feit dat het voor de betrokken organisatie altijd een ingrijpend en emotioneel beladen proces is. Er zijn veranderingen op komst. De organisatie krijgt een spiegel voorgehouden en veelal stellen vreemde ogen prioriteiten. Een organisatie is gewoonlijk niet gemotiveerd om zich een mening te vormen over de toekomstige huisvesting als er nog andere ontwikkelingen gaande zijn, zoals een reorganisatie of het invoeren van een nieuwe bureaucultuur. Bij voorkeur vindt het opstellen van een PvE voor nieuwe huisvesting plaats nadat deze processen zijn afgerond. Uiteindelijk is het PvE een document van de opdrachtgever. Wat erin staat, moet kunnen rekenen op draagvlak van de organisatie